Urologie maatschap, Route 34
Ureteroscopie

Verwijderen van stenen in de urineleider
Algemeen
Onderzoek heeft aangetoond dat er bij u een steen aanwezig is in de urineleider (ureter). De ureter is de afvoerende buis tussen de nier en de blaas en is verantwoordelijk voor transport van urine van nier naar blaas. Een klein steentje in de ureter wordt over het algemeen vanzelf uitgeplast. Bij een grotere steen, die waarschijnlijk niet spontaan wordt uitgeplast, kan een ingreep nodig zijn. De steen wordt vergruisd en/of verwijderd door middel van een operatie. Om grotere stenen kwijt te raken was vroeger altijd een operatie nodig waarbij de urinebuis werd geopend. Tegenwoordig is het in veel gevallen mogelijk ook stenen in de urineleider te vergruizen met een niersteenvergruizer, waarna de deeltjes van de steen vanzelf worden uitgeplast.
Wanneer een behandeling met de niersteenvergruizer geen resultaat heeft gehad of wanneer deze methode voor u niet geschikt lijkt, kan worden gekozen voor een ureteroscopie. Soms is de steen in de urineleider zo groot dat de afvoer van urine wordt gehinderd. In dat geval wordt meestal sneller gekozen voor een ureteroscopie, omdat de nier dan gestuwd raakt (er blijft een te grote hoeveelheid urine in de nier die niet kan passeren) met het gevaar dat de nier op den duur minder goed zal functioneren. Wanneer de nier afgesloten is bestaat er ook een groter risico op infectie.
Een andere reden om te besluiten tot een ureteroscopie zijn koliekpijnen (heftige buikpijnaanvallen), die langere tijd bestaan.
Bij een ureteroscopie brengt de arts een dun hol buisje (de ureteroscoop) via de plasbuis en blaas in de urineleider. Wanneer de ureteroscoop op de plaats van de steen is, wordt de steen verwijderd met behulp van speciaal instrumentarium. Ureteroscopie is een veilige operatiemethode dankzij de verregaande ontwikkeling van de instrumenten waarmee wordt geopereerd.
De ureteroscopie
De ureteroscopie gebeurt gewoonlijk onder algehele narcose, soms onder regionale verdoving. Ofschoon er na een ureteroscopie geen uitwendige wond zichtbaar is, wordt ureteroscopie wel beschouwd als een echte operatie. Over het algemeen is een korte ziekenhuisopname gebruikelijk.
Voorbereiding
Wanneer u bloedverdunnende medicijnen gebruikt moet u dit van te voren mel-den aan de uroloog. In overleg met de behandelend arts zult u het gebruik van deze medicijnen geruime tijd voor de operatie moeten stoppen. Meestal wordt u de dag vóór de operatie plaatsvindt, opgenomen in het ziekenhuis. Vaak wordt er nog een röntgenfoto van de buik gemaakt om de precieze lokatie van de steen vast te stellen. Voor de operatie dient u nuchter te zijn.
Werkwijze
U wordt onder narcose gebracht of krijgt een regionale verdoving. U ligt op de rug met opgetrokken benen (in de beensteunen), zodat de arts via de plasbuis de blaas kan inspecteren. De ureteroscoop wordt via de plasbuis en blaas door de afvoeropening van de ureter in de blaaswand geleid tot in de urineleider. De ureteroscoop wordt voortdurend met spoelvloeistof doorstroomd, wat voor verwijding van de ureter zorgt. De arts kan het instrument daardoor opschuiven tot op de steen. Soms is het mogelijk de steen met behulp van speciale instrumenten (paktangetje, korfje) vast te pakken en geheel te verwijderen. Het kan zijn dat de steen eerst verkleind moet worden, meestal met trillingen uit een speciaal apparaat. Daarna worden de kleine deeltjes van de steen verwijderd. Over het algemeen wordt tijdens de operatie röntgendoorlichting gebruikt en soms wordt ook contrastmateriaal ingespoten om de urineleider en steen af te beelden. Na verwijdering van de steen(-deeltjes) wordt soms een dun slangetje achter gelaten in de urineleider om de urineafvloed te vergemakkelijken en kolieken te voorkomen. Meestal wordt ook een blaaskatheter geplaatst, een dun slangetje vanuit de blaas tot buiten het lichaam.
Nazorg
Om te controleren of alle stukjes steen zijn verwijderd wordt vaak na de operatie een röntgenfoto gemaakt. Daarna worden de slangetjes die in het lichaam zijn achtergebleven verwijderd. Wanneer u voldoende hersteld bent mag u het ziekenhuis verlaten. De urine kan geruime tijd na de ingreep wat bloederig zijn. Het is ook mogelijk dat u nog wat rest-steentjes uitplast, wat soms met een schrijnende pijn gepaard gaat. Eventuele koliekpijnen, die na de ingreep kunnen optreden, zijn meestal binnen enkele dagen verdwenen. Ze kunnen worden behandeld met medicijnen. Bij koorts boven de 38,5 °C moet u contact opnemen met uw behandelend arts voor overleg.
Volgens afspraak komt u op controle bij uw uroloog. Deze zal waarschijnlijk een echografisch onderzoek van de nier verrichten om vast te stellen of er sprake is van stuwing in de nier. Het is ook mogelijk dat er een röntgenfoto van de buik wordt gemaakt om het resultaat van de operatie te beoordelen.
Risico's en complicaties
De ureteroscoop kan niet altijd gemakkelijk in de urineleider worden gebracht. De urineleider is soms vernauwd of gekronkeld waardoor de ureteroscoop niet opgeschoven kan worden.
Soms raakt de wand van de urineleider beschadigd. In dat geval wordt de ingreep doorgaans gestopt, omdat de spoelvloeistof die nodig is om de urineleider te verwijden, bij een beschadiging buiten de urineleider kan komen. Een open operatie' is dan vaak nodig om de steen alsnog te verwijderen. De beschadiging aan de urineleider geneest meestal spontaan, maar soms is een operatie nodig.
Wanneer de steen niet bereikt kan worden met de ureteroscoop, is vaak een open operatie' nodig om de steen te verwijderen.
Soms ontstaat na de operatie een urineweginfectie. Om dit te voorkomen kunnen tijdens en na de ingreep antibiotica worden toegediend. Ook ontstaat soms een vernauwing van de plasbuis (bij mannen) omdat de ingreep via de plasbuis geschiedt.
Wat te doen bij complicaties
Krijgt u de eerste veertien dagen na de operatie problemen die te maken hebben met de operatie? Neem dan contact op met het ziekenhuis:
· Op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur belt u met de polikliniek Urologie,
tel. (0165) 58 85 57.
· Buiten deze tijden belt u met de afdeling Spoedeisende Hulp: (0165) 58 88 89.
Tot slot
Deze folder betreft een algemene voorlichting en is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw behandelend arts. Bijzondere omstandigheden kunnen tot wijzigingen aanleiding geven. Dit zal altijd door uw uroloog aan u kenbaar worden gemaakt. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u op werkdagen telefonisch contact opnemen met de afdeling urologie. Het nummer is: (0165) 58 85 57.







