Urologie maatschap, Route 34
Sterilisatie bij de man

(Vasectomie)
Inleiding
Bij een sterilisatie onderbreekt de uroloog de zaadleiders. Daardoor kunnen zaadcellen het zaadvocht niet meer bereiken. Sterilisatie is een eenvoudige operatie en is niet van invloed op uw seksuele leven. Sterilisatie is een definitieve vorm van anticonceptie en in principe niet meer te herstellen.
Voorbereiding thuis
- Scheer uw balzak op de ochtend van de operatie zorgvuldig.
- Wast u zich op de dag van de operatie zorgvuldig om infectie te voorkomen.
- U mag gewoon eten en drinken.
- Gebruikt u bloedverdunnende middelen, zoals sintrommitis, marcoumar of acetosal? Dan moet u daar zeven dagen vóór de operatie mee stoppen.
- Regel vooraf vervoer naar huis. U mag na de operatie niet zelf autorijden.
De operatie
De sterilisatie gebeurt poliklinisch, onder plaatselijke verdoving. Eerst wordt de balzak gedesinfecteerd. Daarna krijgt u één of twee verdovende prikken links en rechts in de huid van de balzak of in de zaadstreng in de liesstreek. Daarna maakt de uroloog een kleine snee links en rechts of in het midden om de zaadleiders vrij te kunnen maken. Nadat de uroloog van beide zaadleiders een stukje heeft verwijderd bindt hij de uiteinden af. Zonodig hecht de uroloog de wondjes. De hechtingen lossen na ongeveer een week vanzelf op. De operatie duurt ongeveer vijftien minuten. U kunt tijdens de operatie een trekkend pijnlijk gevoel in uw lies hebben. Dat komt omdat de zaadleider door het lieskanaal loopt.
Na de operatie
- Krijgt u gaasjes op beide wondjes. U kunt dan naar huis.
- Doe het de rest van de dag rustig aan om een nabloeding te voorkomen.
- De dag na de operatie kunt u het verband verwijderen en mag u weer douchen.
- Krijgt u pijn nadat de verdoving is uitgewerkt? Dan kunt u een pijnstiller nemen, bijvoorbeeld paracetamol.
- U mag de dag na de operatie weer aan het werk.
- Zware lichamelijke werkzaamheden moet u zeker de eerste dagen vermijden.
- Na vijf dagen mag u weer fietsen, sporten, zwemmen of zwaar tillen.
- Na vijf dagen mag u weer geslachtsgemeenschap hebben.
Vruchtbaarheid
U bent de eerste maanden na de operatie nog steeds vruchtbaar. Bij de zaadlozing komen nog regelmatig zaadcellen vrij. Gebruik deze periode tijdens het vrijen altijd een voorbehoedmiddel. U moet binnen ongeveer drie maanden na de operatie minstens vijftien tot twintig zaadlozingen hebben. Dan zijn de zaadcellen meestal verdwenen. Daarna laat u een zaadmonster onderzoeken om vast te stellen of u onvruchtbaar bent.
U krijgt een potje mee om een zaadmonster in te leveren. Zorg ervoor dat het zaadmonster binnen enkele uren na de zaadlozing wordt ingeleverd! Soms moet u vaker een zaadmonster inleveren. Net zolang tot er geen zaadcellen meer aanwezig zijn. Zijn er geen zaadcellen meer? Dan is de sterilisatie geslaagd. Pas dan hoeft u geen voorbehoedmiddelen meer te gebruiken.
Complicaties
Ernstige complicaties komen zelden voor.
- De balzak en/of basis van de penis worden vaak wat blauw.
- De wondjes kunnen wat bloed of vocht verliezen. Dat is niet erg en gaat meestal vanzelf over.
- Zelden treedt een nabloeding of wondinfectie op.
- Pijn ná de operatie komt vaak voor samen met een beurs gevoel in de zaadballen of pijn tijdens het lopen. Meestal duurt dit enkele dagen.
- Zeer zelden treedt na de sterilisatie een gevoel van stuwing op. Dit kan pijn voor de zaadlozing veroorzaken. Dit is meestal tijdelijk.
Wat te doen bij complicaties
Neem de eerste veertien dagen na de operatie direct contact op met het ziekenhuis als:
- U koorts krijgt (boven de 38.5°C).
- De balzak erg dik wordt.
- Een wondje blijft bloeden.
- U erg veel pijn heeft.
- Op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur belt u met de polikliniek urologie,
tel. (0165) 58 85 57. - Buiten deze tijden belt u met de afdeling Spoedeisende Hulp: (0165) 58 88 89.
Wat verder van belang kan zijn
- De sterilisatie heeft geen invloed op de werking van en het gevoel bij de zaadlozing.
- De zaadballen vormen na de sterilisatie nog steeds zaadcellen. Het lichaam breekt die af.
- Met het blote oog is aan het zaadmonster niet te zien of iemand is gesteriliseerd. Het zaadmonster bestaat na sterilisatie vooral uit prostaatvocht.
- Soms blijven in het zaadmonster steeds enkele zaadcellen aanwezig. Dan kunt u na overleg met uw uroloog nogmaals een sterilisatie laten uitvoeren.
- Een tot drie op de duizend mannen worden na langere tijd opnieuw vruchtbaar. Ondanks dat bij controle van het zaadmonster bleek dat er geen zaadcellen meer aanwezig waren.
- U bent na een sterilisatie niet beschermd tegen seksueel overdraagbare aandoeningen, zoals AIDS, gonorroe of syfilis. Om besmetting te voorkomen blijft het raadzaam, in voorkomende gevallen, condooms te gebruiken.
Vragen
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek Urologie, tel. (0165) 58 85 57.







