Urologie maatschap
Plasbuis, operatie vernauwing

Inleiding
De uroloog heeft geconstateerd dat u een vernauwing in de plasbuis heeft.
Uw klachten zijn voornamelijk moeilijk plassen, vaak kleine beetjes plassen, een slechte straal en/of nadruppelen.
Oorzaken
De vernauwing kan verschillende oorzaken hebben. Zoals een acute ontsteking of een ongeluk, bijvoorbeeld een val op de penis. Een vernauwing kan ook aangeboren zijn. Meestal heeft de uroloog bij u in de plasbuis gekeken en is bekend in welke mate de vernauwing aanwezig is. Ook kan het meten van de kracht van de urinestraal (flowmetrie) aanvullende informatie geven. Soms is het nodig op de röntgen afdeling met contrast de lengte van de vernauwing vast te stellen.
Voorbereiding
Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen zoals marcoumar, sintrommitis of ascal? Dan moet u dit van tevoren aan de uroloog vertellen. In overleg met de uroloog stopt u het gebruik van deze medicijnen geruime tijd voor de operatie. De operatie vindt meestal onder plaatselijke verdoving plaats. Ook algehele anesthesie (narcose) of een ruggenprik is mogelijk. Dit bespreekt de anesthesioloog met u. Hoe u zich op de narcose moet voorbereiden leest u in de folder over anesthesiologie. Deze folder krijgt u als u zich inschrijft bij het Bureau Planning en Opname.
De operatie
Voor deze operatie (=Sachse) verblijft u een à twee dagen in het ziekenhuis.
Hoewel u geen uitwendige wond krijgt, ondergaat u een echte operatie. De uroloog brengt een hol instrument in de plasbuis in, waarmee hij of zij de binnenkant van de plasbuis kan bekijken. Daarna schuift de uroloog een mesje naar binnen tot aan de vernauwing. Door het mesje heen en weer te bewegen wordt de vernauwing gekliefd. Om de doorsnede van de plasbuis op formaat te houden, laat de uroloog na de operatie een slangetje in de plasbuis achter. De operatie duurt ongeveer dertig minuten.
Na de operatie
· Er blijft een slangetje via de plasbuis in de blaas zitten. Dit kan een gevoel van aandrang tot plassen geven.
· Er kan bloederige urine in de opvangzak komen. Dit is normaal en u hoeft er niet van te schrikken.
· Meestal wordt op de dag van de operatie het slangetje verwijderd. De eerste keer dat u daarna plast kunt u een
branderig gevoel hebben.
· Het is belangrijk dat u goed drinkt, zeker twee liter per dag.
· Vermijd de eerste weken zware inspanningen om het wondje in de plasbuis te laten genezen.
Controle
Bij het eerstvolgende polikliniekbezoek komt u met een gevulde blaas. Dan wordt de kracht van de urinestraal gemeten en ziet de uroloog het resultaat van de operatie.
Complicaties
Krijgt u de eerste veertien dagen na de operatie problemen die te maken hebben met de operatie? Neem dan contact op met het ziekenhuis:
· Op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur belt u met de polikliniek urologie,
tel. (0165) 58 85 57.
· Buiten deze tijden belt u met de afdeling Spoedeisende Hulp, tel. (0165) 58 88 89.
Vragen
Heeft u nog vragen? Stel ze gerust. De polikliniek urologie is te bereiken via tel. (0165) 58 85 57.







