Radiologie, de afdeling, Route 70
Mictiecystografie

Inleiding
U bent door uw behandelend arts verwezen naar de afdeling Radiologie voor een mictiecystografie. Dit betreft een onderzoek van blaas en plasbuis. De reden voor dit onderzoek is vaak een herhaaldelijke infectie van de urinewegen. Daarbij kan gedacht worden aan het terugvloeien van de urine vanuit de blaas naar de urineleiders. Ook kan het een belemmering zijn van de afvloed door een afwijking in de plasbuis, bijvoorbeeld bij jonge kinderen door aanwezige klepjes aldaar. Soms wordt dit onderzoek verricht bij verdenking op lekkages van de blaas door o.a. een ongeval of door bijvoorbeeld ontstekingen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een radioloog, geassisteerd door een radiologisch laborant.
Voorbereiding
Voor dit onderzoek is geen voorbereiding noodzakelijk.
Het onderzoek
Het gebied van het uiteinde van de plasbuis wordt met een desinfecterende vloeistof gereinigd. Vervolgens wordt door de radioloog een slangetje ingebracht via de plasbuis tot in de blaas. Daarna wordt aan dit slangetje een systeem gekoppeld met een infuusfles contrastvloeistof. Met dit contrast kan de blaas zichtbaar worden gemaakt op een doorlichtfoto. Verder kan u gevraagd worden tijdens het onderzoek te hoesten en/of te persen. Er wordt dan gekeken of er contrast vanuit de blaas naar de urineleider terugloopt. Tevens wordt gecontroleerd of de blaas goed wordt leeg geplast. De laatste foto wordt gemaakt nadat de blaas zoveel mogelijk is geledigd.
Na het onderzoek
Na het onderzoek dat ongeveer 30 minuten duurt, zijn geen speciale maatregelen noodzakelijk.
De uitslag
De radioloog maakt een rapport van de resultaten van het onderzoek en geeft uw behandelend arts de uitslag.
Attentie!
- Als u zwanger bent, ook als u het nog niet helemaal zeker weet, moet u dat vóór het onderzoek melden aan de radiologisch laborant. Sommige onderzoeken kunnen schadelijk zijn, vooral in de eerste weken van de zwangerschap.
- Indien u overgevoelig bent voor jodiumhoudende stoffen kan de contrastvloeistof een allergische reactie en/of een onaangename bijwerking veroorzaken. Als dit zo is, ook als u overgevoelig bent voor andere geneesmiddelen, moet u dit bespreken met uw behandelend arts. Wilt u dit voor het onderzoek ook melden aan de radiologisch laborant of de radioloog.
Vragen
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan gerust aan de radioloog of aan de radiologisch laborant.







