Radiologie, de afdeling, Route 70

Echogeleide punctie



Print deze folder

Inleiding
U bent verwezen naar de afdeling Radiologie voor een echogeleide punctie.
Hiertoe behoren de volgende onderzoeken:

  • Een cytologische punctie: het opzuigen van weefselcellen met een dunne naald.
  • Een histologisch biopt: het weghalen van een klein reepje weefsel met een iets dikkere naald.
  • Een drainage: het inbrengen van een slangetje om lichaamsvloeistoffen weg te laten lopen.

Een radioloog voert het onderzoek uit, geassisteerd door een radiologisch laborant.

Voorbereiding Echogeleide punctie

  • Gebruikt u bloedverdunners? Dan moet u dit melden aan uw arts. Het kan nodig zijn dat de arts deze medicijnen aanpast. Soms moeten de stollingswaarden in uw bloed voor de punctie worden gecontroleerd.
  • Verricht de radioloog bij u een punctie van de lever, een nier of een ander inwendig orgaan? Dan wordt u opgenomen in dagverpleging. U mag twee uur van tevoren niets meer eten of drinken. Een medewerker van het patiëntenvervoer brengt u met een bed naar de afdeling Radiologie.
  • Voor andere soorten puncties is geen voorbereiding nodig. U meldt zich op de afgesproken tijd aan de balie van afdeling Radiologie, route 70. De laborant haalt u op in de wachtkamer en neemt u mee naar de onderzoekskamer. Familie of andere begeleiders blijven in de wachtkamer wachten.

Het onderzoek

De radioloog zoekt met behulp van de echo nauwkeurig de plaats van de punctie. Hij markeert deze plaats soms met een stift. Bij een cytologische punctie zuigt de radioloog via een dunne naald cellen op. Er wordt één of twee keer geprikt. Hiervoor is meestal geen verdoving nodig. De verdovingsprik is vaak gevoeliger is dan de punctie zelf.
Bij het weghalen van een reepje weefsel gebruikt de radioloog een iets dikkere naald. Daar krijgt u wel een plaatselijke verdoving voor. De radioloog maakt een klein sneetje van enkele mm. in de huid en neemt vervolgens met een holle naald een reepje weefsel weg. Op het moment dat de radioloog het weefsel wegneemt hoort u een "klak". De radioloog neemt meestal één of tweemaal een biopt. Bij een drainage brengt de radioloog via een holle naald een slangetje in. Door dit slangetje kan vloeistof wegstromen. Het slangetje blijft meestal enige dagen zitten.
Na het onderzoek kan er een blauwe plek ontstaan. Om de kans hierop te verminderen wordt het wondje een tijdje afgedrukt . Daarna krijgt u een pleister op het wondje. Vervolgens kunt u naar huis. Ben u opgenomen? Dan wordt u terug naar de verpleegafdeling gebracht. Het onderzoek duurt ongeveer dertig minuten.

Nazorg

Bent u opgenomen? Dan blijft u nog enkele uren onder controle op de verpleegafdeling. Een verpleegkundige voert deze controles uit. Bent u niet opgenomen? Dan zijn deze controles niet nodig en kunt u gewoon naar huis.

De uitslag

De uitslag is binnen enkele werkdagen bekend. U krijgt de uitslag van de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.

Afspraak

U wordt op de afdeling Radiologie (route 70) verwacht op:


___________dag, datum ____________ om ____________uur.

Bent u verhinderd? Wilt u dat dan zo spoedig mogelijk doorgeven. De vrijgekomen plaats kan dan voor een andere patiënt worden gebruikt.

Vragen

Heeft u nog vragen? Stel ze gerust. De afdeling Radiologie tijdens kantooruren te bereiken via tel. (0165) 58 85 50.

versie: 01/10
Home » Specialismen en afdelingen » Specialismen en afdelingen » Radiologie » Echogeleide punctie