Radiologie, de afdeling, Route 70

CT onderzoek met jodiumhoudend contrastmiddel



Print deze folder

Inleiding

Uw behandelend specialist heeft voor u een CT onderzoek aangevraagd waarbij u jodiumhoudend contrastmiddel in een ader in de elleboog toegediend krijgt. Dit contrastmiddel kan de nieren beschadigen bij mensen van wie de nieren minder goed werken. Daarom is het nodig te onderzoeken of uw nieren goed werken. Dat gebeurt door middel van bloedonderzoek. Is door recent bloedonderzoek al bekend hoe uw nieren werken? Dan is bloedonderzoek niet nodig.

Als al bekend is hoe uw nieren werken

  • Werken ze goed? Dan wordt meteen een definitieve afspraak voor de CT scan gemaakt.
  • Werken uw nieren minder goed? Dan wordt een definitieve afspraak voor de CT scan gemaakt in combinatie met noodzakelijke voorzorgmaatregelen. Zie hiervoor het hoofdstuk "voorzorgmaatregelen".

Als nog niet bekend is of uw nieren goed werken

Dan wordt bloedonderzoek verricht. Er wordt een voorlopige afspraak voor de CT scan gemaakt.

  • Blijkt uit het bloedonderzoek dat uw nieren goed werken? Dan wordt die voorlopige afspraak voor de CT scan vanzelf definitief en hoort u verder niets.
  • Blijkt uit het onderzoek dat uw nieren minder goed werken? Dan wordt er contact met u opgenomen om de nodige voorzorgmaatregelen met u af te spreken. Welke dat kunnen zijn kunt u lezen in het hoofdstuk "voorzorgmaatregelen". Soms moet de datum en/of de tijd van de voorlopige afspraak voor de CT worden verzet. Ook dat krijgt u dan te horen. Het kan zijn dat uw behandelend specialist de oorzaak van de verminderde nierfunctie later verder onderzoekt.

Voorzorgmaatregelen

Of en welke voorzorgmaatregelen nodig zijn wanneer u jodiumhoudend contrast toegediend krijgt is afhankelijk van uw nierfunctie, medicijngebruik en of u bijvoorbeeld suikerziekte, bloedarmoede of een hoge leeftijd heeft.

Algemene voorzorgmaatregelen voor iedereen
Plaspillen en bepaalde pijnstillers, zogenaamde "NSAID's", kunt u het beste niet innemen op de dag vóór het onderzoek en op de dag ván het onderzoek. De dag ná het onderzoek kunt u weer beginnen met deze medicijnen. NSAID's zijn bijvoorbeeld: Aspirine, Aspegic, Diclofenac, Ibuprofen, Flurbiprofen, Naproxen, Meloxicam. Weet u niet of uw pijnstiller een NSAID is? Dan kunt u dit bij uw apotheek navragen of eventueel opzoeken op internet (www.apotheek.nl).
U moet alleen met deze medicijnen stoppen als dat bij u mogelijk is. Twijfelt u of u wel met deze medicijnen kunt of mag stoppen? Houdt u "vocht vast"? Heeft u een minder goed werkend hart? Dan moet u met uw verwijzend specialist overleggen of u wel met deze medicijnen mag stoppen.

Voorzorgmaatregelen als uw nieren minder goed werken
U krijgt van uw verwijzend specialist te horen welke maatregelen bij u nodig zijn:

  • Soms moet u met bepaalde medicijnen stoppen.
  • Het kan nodig zijn dat u voor en na het CT-onderzoek een infuus met vocht krijgt om de nieren goed "door te spoelen". Het contrastmiddel beschadigt uw nieren dan zo min mogelijk. U wordt dan op de afdeling Dagverpleging opgenomen en krijgt daar vier uur vóór en vier uur ná de CT scan vocht via een infuus toegediend. Daarna kunt u weer naar huis. Soms is het nodig het infuus in acht uur in te laten lopen. Als dat bij u het geval is, dan krijgt u dat te horen.
  • Voor het CT onderzoek moet u verder gewoon de voorbereiding volgen zoals die in de folder van het onderzoek staat. Krijgt u voor uw CT scan een "darmvoorbereiding" met EZ-CAT? Vergeet dan niet het halve flesje EZ-CAT mee te nemen. U moet dit namelijk in de loop van de ochtend gewoon innemen.

Na het onderzoek

  • Mag u weer normaal eten en drinken. De afdeling waar u wordt opgenomen verzorgt dit verder.
  • ls uw nierfunctie goed? Dan is het verstandig om na het onderzoek extra te drinken. Het contrastmiddel verdwijnt dan makkelijker en sneller uit uw lichaam.

Bijwerkingen

De moderne jodiumhoudende contrastmiddelen zijn veilig en geven zeer zelden bijwerkingen. Bent u allergisch voor jodiumhoudend contrastmiddel? Dan moet u dat altijd melden. Mogelijke bijwerkingen zijn:

  • Heel soms ontstaat er een rode huid met jeuk en/of galbulten. Een enkele keer gebeurt dit pas later of de volgende dag. Dit verdwijnt vanzelf na één of enkele dagen. U kunt dan het beste een verzachtende of jeukremmende crème gebruiken.
  • Heel zelden ontstaat er tijdens of kort na het toedienen van contrastmiddel een ernstige allergische reactie. U wordt tijdens en kort na het maken van de scan goed in de gaten gehouden. Een eventuele reactie kan direct goed worden behandeld.
  • Heeft u in het verleden een ernstige allergische reactie op een jodiumhoudend contrastmiddel gehad waarvoor behandeling nodig was? Dan moet u dit aan uw verwijzend specialist melden. Deze bekijkt dan of in plaats van een CT scan met jodiumhoudend contrastmiddel een ander onderzoek mogelijk is. Bijvoorbeeld een echo, een MRI of een CT scan zonder jodiumhoudend contrastmiddel. Is een CT scan met jodiumhoudend contrastmiddel toch nodig? Dan krijgt u vóór de CT scan medicijnen toegediend die een mogelijke allergische reactie onderdrukken.
  • Sommige mensen zijn allergisch voor jodium op de huid. Dit heeft niets te maken met eventuele reacties op jodiumhoudend contrastmiddel. U kunt dan gewoon jodiumhoudend contrastmiddel toegediend krijgen.

Vragen

Heeft u nog vragen over het onderzoek zelf? Dan kunt u altijd contact opnemen met de afdeling Radiologie, tel. (0165) 58 85 50.
Heeft u nog vragen over uw medicijnen of andere vragen? Dan kunt u het beste contact opnemen met de secretaresse van uw behandelend specialist, die u kunt bereiken via tel. (0165) 58 80 00.

versie: 07/10
Home » Specialismen en afdelingen » Specialismen en afdelingen » Radiologie » CT onderzoek met jodiumhoudend contrastmiddel