Orthopedische chirurgie
Gebroken heup

U heeft van de orthopedisch chirurg gehoord dat uw heup gebroken is.
De heupkom en de heupkop vormen het heupgewricht. De heupkom is een onderdeel van het bekken en de heupkop is een deel van het bovenbeen. De heup kan op verschillende manieren breken:
Dijbeenhalsbreuk.
Deze breuk ligt in het bovenste gedeelte van het dijbeen, een paar centimeter van de heupkop
af. Deze breuk ligt binnen het gewrichtskapsel.
Breuk door de verdikkingen van het dijbeen. Deze breuk bestaat vaak uit meerdere delen
en is daardoor minder stabiel en stevig.
Breuk onder de verdikkingen van het dijbeen. Deze breuk komt minder vaak voor.
Behandeling van gebroken heup
Behandeling van een gebroken heup kan op verschillende manieren. De methode die wordt gekozen is afhankelijk van o.a. de plaats van de breuk, uw leeftijd en uw algehele conditie. Hieronder staat een aantal methoden beschreven:
- Een operatie waarbij de orthopedisch chirurg de heupkop vervangt. Dit heet kophalsprothese. Ook kan het hele heupgewricht, zowel de kop als de kom, worden vervangen. Dan krijgt u een totale heup prothese.
- Een operatie waarbij de orthopedisch chirurg de botdelen vastzet met een dynamische heupschroef (D.H.S.), een pen in het bovenbeen (gamma-nail), of met drie schroeven.
- Een conservatieve behandeling. Dan ligt u een aantal weken in een tractie. Dit is een verband om het onderbeen met een gewicht eraan. Hierbij vindt dus geen operatie plaats.
De totale herstelperiode bij een gebroken heup is sterk afhankelijk van de behandelmethode en varieert van drie tot zes maanden.
Voorbereiding op heupoperatie
Op de röntgenafdeling is er een foto van uw heup gemaakt en aan de hand daarvan bepaalt de orthopedisch chirurg hoe hij de breuk het beste kan behandelen. Is een operatie nodig? Dan wordt op de afdeling Spoedeisende Hulp onderzocht of uw lichamelijke conditie het toelaat dat u wordt geopereerd. Er wordt bloed geprikt en er worden een hartfilmpje en een longfoto gemaakt. Als het nodig is komen nog andere artsen bij u langs. Bijvoorbeeld de longarts of de internist. Meestal krijgt u een tractie aan het been om de pijn te verminderen. Zonodig krijgt u ook pijnstilling.
U krijgt een slangetje in de blaas (katheter) en u krijgt een infuus in uw arm ingebracht. Dit is een naaldje in een bloedvat in de arm waardoor vocht en eventueel medicijnen, zoals antibiotica toegediend kunnen worden.
Een verpleegkundige van de verpleegafdeling Orthopedie haalt u op en brengt u naar de afdeling Orthopedie. Hier vindt een gesprek plaats om informatie over u te verzamelen zoals uw medicatie, ziektegeschiedenis, voedings- en uw thuissituatie. Ook krijgt u informatie over uw verblijf in het ziekenhuis. En natuurlijk kunt u zelf ook vragen stellen.
Wordt u dezelfde dag nog geopereerd? Dan moet u verder nuchter blijven. Dat betekent dat u niet meer mag eten, drinken en roken. Drie uur voor de operatie krijgt u nog pakjes drinkvoeding te drinken.
Uw familie krijgt het verzoek uw eventuele medicijnen, toiletartikelen en makkelijk zittende (nacht)kleding mee te brengen. Het is aan te raden in bed badstof sokken te dragen. Zo voorkomt u pijnlijke hielen. Voor de fysiotherapie na de operatie hebt u stevige, makkelijk zittende schoenen nodig. Dus is het verstandig die ook mee te laten brengen.
Trombosepreventie
Ten gevolge van de operatie en de bedrust kunnen er stolsels in uw aderen ontstaan. Om dat te voorkomen krijgt u één maal per dag een dosis Fragmin (bloedverdunner) in de buik geïnjecteerd. Dit moet tot zes weken na de operatie dagelijks gebeuren. De verpleegkundige leert u zichzelf te injecteren. Als dat niet mogelijk is leren uw partner of familie u te injecteren. Eventueel kan de thuiszorg worden ingeschakeld om de injecties toe te dienen.
De dag van de operatie
Bent u al opgenomen? Dan wordt u op bed gewassen. Wordt u op de dag van opname geopereerd? Dan is het mogelijk dat u niet gewassen wordt. U krijgt een operatiehemd aan en twee pakjes drinkvoeding. U heeft al een infuus in de arm gekregen. Sieraden moeten worden afgedaan en een eventuele gebitsprothese moeten worden uitgenomen. Eventuele make-up moet ook worden verwijderd. Als u nog geen slangetje in de blaas heeft, krijgt u dat alsnog op de operatieafdeling. Meestal vindt verdoving door middel van een ruggenprik plaats. Als u dat wilt, kunt u daarbij in een lichte slaap worden gebracht. Of u kunt een koptelefoon krijgen, zodat u tijdens de operatie naar muziek kunt luisteren. Na de operatie, die ongeveer een uur duurt, gaat u naar de uitslaapkamer. In de gehechte wond blijven doorgaans een of twee wondslangetjes (drains) achter om wondvocht en bloed op te vangen.
Als uw toestand stabiel is, gaat u terug naar de verpleegafdeling. Daar controleert de verpleegkundige uw bloeddruk, polsslag, temperatuur, het verband en de slangetjes regelmatig. De operatiewond wordt de eerste 36 uur gekoeld met een cold pack. De pijnscore wordt opgenomen en u krijgt pijnstilling. De anesthesioloog schrijft de pijnstilling voor. De pijnstilling kan op verschillende manieren worden toegediend. U krijgt vocht via het infuus. Bij veel bloedverlies kan een bloedtransfusie nodig zijn. Zodra u na de operatie weer terug op de verpleegafdeling bent belt de verpleegkundige uw eerste contactpersoon.
De wond kan nog enige tijd nalekken. Dit komt door een bloeduitstorting die is ontstaan na de val of door de operatie. Ook kan uw been na de operatie nog wat dik blijven. Als u een speciale kous draagt en het been beweegt wordt dat minder. Ook kunt u na de operatie wat verward zijn. Dat komt omdat u in korte tijd veel ingrijpende indrukken te verwerken kreeg. Zoals de val, de ziekenhuisomgeving, andere mensen om u heen, pijn en de anesthesie. Hierover hoeven u en uw familie zich geen zorgen te maken. Deze verwardheid verdwijnt meestal binnen enkele weken.
Thuis
Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk stil te staan bij de gevolgen die de operatie heeft op uw functioneren. Spoedig wordt er dan ook naar uw thuissituatie gekeken. Samen met u en uw partner/familie wordt gekeken naar eventuele problemen en de mogelijke oplossingen daarvoor. Als thuiszorg voor lichamelijke verzorging en/of huishoudelijke hulp nodig is, wordt deze aangevraagd. De mogelijkheid bestaat dat u na de operatie niet in staat bent om thuis verder te revalideren. Dit hangt mede af van het feit of u het geopereerde been mag belasten of juist niet. Dan is er de mogelijkheid om onder deskundige begeleiding te revalideren in een verpleeghuis. Een verblijf daar is tijdelijk, maximaal drie maanden. Zodra u weer zelfstandig kunt functioneren gaat u naar huis. De juiste instanties worden zo spoedig mogelijk ingeschakeld om de benodigde zorg te regelen. Meer informatie kunt u in deze map vinden in "Zorg na uw ziekenhuisopname".
Wat nu verder...
Zodra bekend is welke operatie er bij u is uitgevoerd is het ook duidelijk op welke manier u gaat revalideren. Na de operatie krijgt u een folder met daarin de informatie over de operatie die u heeft ondergaan en de noodzakelijke revalidatie erna. Tijdens uw verdere opname krijgt u regelmatig mondelinge en schriftelijke informatie.
Als uw gezondheidstoestand het toelaat gaat u de vijfde dag na de operatie naar huis of een revalidatieafdeling.
Vragen over de heupoperatie
In principe komt er elke dag een orthopedisch chirurg bij u langs, waar u eventuele vragen aan kunt stellen. Ook bij de verpleegkundigen die voor u zorgen kunnen u of uw partner/familie met vragen terecht.
Bezoektijden
De bezoektijden zijn dagelijks van 13.30 - 15.00 uur en van 18.00 - 20.00 uur.
Verpleegafdeling orthopedie (3C) is telefonisch te bereiken op het nummer (0165) 58 83 86.







