Orthopedische chirurgie
Carpale Tunnel Syndroom

Operatie in Behandelcentrum
Behandeling Carpale Tunnel Syndroom
U bent door uw behandelend arts naar het Behandelcentrum verwezen voor een operatie aan uw pols. Er is vastgesteld dat u het Carpale Tunnel Syndroom (CTS) heeft. Er is een zenuw in de pols bekneld geraakt. Deze zenuw loopt door een tunnel onder de dwarse polsband. De zenuw raakt in de tunnel bekneld omdat het bindweefsel zwelt. Een kleine operatie kan de druk op de zenuw verminderen. Voor deze operatie verblijft u een half uur op het Behandelcentrum.
Voorbereiding operatie Carpale Tunnel Syndroom
Vindt de operatie onder lokale verdoving, door middel van een injectie in de pols, plaats? Dan mag u gewoon eten en drinken op de dag van de operatie. Zijn er met u andere afspraken over de anesthesie gemaakt? Lees dan de folder over anesthesiologie. Deze folder is verkrijgbaar bij het Patiënten Service Bureau of het Bureau Planning en Opname. Zorg ervoor dat u geen sieraden aan uw hand draagt.
De opname
Op de dag van de operatie gaat u op de afgesproken tijd zelf naar het Behandelcentrum op route 80. Vragen die u nog heeft kunt u dan nog stellen. Een verpleegkundige scheert zonodig uw pols.
Operatie Carpale Tunnel Syndroom
Bij deze operatie is plaatselijke verdoving van de hand meestal voldoende. Via een handlijn maakt de orthopedisch chirurg een snee naar de pols toe. Daarna snijdt hij de dwarse polsband door om de tunnel wijder te maken. De zenuw blijft intact. Hierdoor raakt de hand niet stijf of verlamd. De orthopedisch chirurg hecht de wond en legt een drukverband aan. De operatie duurt ongeveer vijftien minuten.
Na de operatie
Het tijdstip van uw ontslag is afhankelijk van het tijdstip van de operatie. U krijgt een controleafspraak op de polikliniek. De orthopedisch chirurg verwijdert dan de hechtingen. Na de operatie draagt u uw hand in een mitella. Houdt u er rekening mee dat u niet zelf kunt autorijden of fietsen.
Weer thuis
De pijn na de operatie neemt in het algemeen na een dag snel af. Zonodig kunt u gerust een pijnstiller gebruiken.
Adviezen
Om uw hand zo snel mogelijk weer goed te kunnen gebruiken, adviseren wij u het volgende:
· Gebruik de eerste dagen na de operatie de draagdoek waarin uw arm rust.
· Begin zodra de verdoving is uitgewerkt met het oefenen van de hand en vingers door er zoveel mogelijk
dagelijkse dingen mee te doen.
· Verwijder het verband na twee dagen. Als de wond droog is mag u met de hand onder stromend water.
· Til de eerste drie weken niet te zwaar.
· Belast de handpalm niet te zwaar.
· Vermijd herhalende bewegingen en ongunstige houdingen.
Geen lichaam is hetzelfde en daarom herstelt ook niet iedere hand even snel.
Gedurende drie maanden na de operatie kunt u last houden van:
· Verlies van kracht of handigheid.
· Littekenpijn.
· Gevoeligheid van de duim- en/of pinkmuis.
· Tintelingen.
· Vermindering van gevoel in een of meerdere vingers.
Waren een of meerdere vingers al langere tijd voor de operatie gevoelloos?
Dan bestaat de kans dat de vermindering van gevoel blijvend is.
Complicaties na operatie Carpale Tunnel Syndroom
Krijgt u de eerste veertien dagen na de operatie problemen die te maken hebben met de operatie? Neem dan contact op met het ziekenhuis:
· Op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur belt u met de polikliniek orthopedie,
tel. (0165) 58 85 37.
· Buiten deze tijden belt u met de afdeling Spoedeisende Hulp: (0165) 58 88 89.
· Bij problemen na de periode van veertien dagen neemt u contact op met de huisarts of huisartsenpost.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel deze dan gerust aan de betreffende hulpverlener. Meer informatie over het Carpale Tunnel Syndroom vindt u op http://orthopedie.franciscusziekenhuis.nl/.







