Oogheelkunde, Route 48
Staaroperatie

Bij staar is de ooglens vertroebeld waardoor u slechter ziet. Een andere brilsterkte kan dit slechter zien niet verhelpen en een operatie is nodig.
De behandeling
De operatie vindt plaats op het Behandelcentrum, onder plaatselijke verdoving. U gaat op de afgesproken dag en tijdstip naar het Behandelcentrum, op de eerste etage, route 80. U mag één begeleider meebrengen. Komt u voor 08.00 uur? Dan is er nog geen secretaresse waar u zich kunt melden. Neemt u dan gewoon plaats in de wachtruimte. Een medewerker van het Behandelcentrum haalt u daar op.
De staaroperatie
Gebruik géén make-up of dagcrème op de dag van de operatie en draag geen oorbellen en knellende of dikke kleding. Draag bij voorkeur bovenkleding die u aan de voorkant los kunt maken. Houd er rekening mee dat u ongeveer anderhalf tot twee uur in het ziekenhuis bent.
Er zijn twee soorten plaatselijke verdoving
- Druppelverdoving.
U krijgt vóór de operatie, in de voorbereidingskamer verdovende druppels in het oog. Het oog is dan gevoelloos maar de oogspiertjes zijn niet verlamd. Het oog kan nog normaal bewegen. U moet tijdens de operatie het oog stil houden door naar het licht van de operatiemicroscoop te kijken. - Prikverdoving.
U krijgt een verdovende prik onder het oog. U voelt gedurende een minuut een vrij heftige, branderige pijn. Het oog is daarna gevoelloos en alle oogspieren zijn verlamd. Het oog kan dus niet bewegen. Meestal kunt u dan niet veel meer zien.
In de voorbereidingskamer krijgt u plakkers op de borst om uw hart te bewaken. Ook krijgt u een soort wasknijper op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te meten. Tijdens de operatie ligt u plat onder een steriel laken. Onder dat laken stroomt, via een buisje, zuurstof naar uw gezicht. Deze zuurstof kunt u vrij inademen. Uw hoofd ligt met een pleister vast om te voorkomen dat u beweegt en een speciaal ooglidhoudertje houdt uw oogleden open.
Operatietechnieken
Er zijn twee technieken om de troebele lens te verwijderen:
- De meest toegepaste is een operatie via een klein "tunneltje" in de oogwand. De nieuwe lens wordt ook via dit tunneltje in het oog gebracht. Hechten is meestal niet nodig omdat het tunneltje zich vanzelf sluit.
- Soms wordt er een groter sneetje in de oogwand gemaakt dat weer gehecht moet worden. Het oog is kwetsbaar en u moet er bijzonder voorzichtig mee zijn.
Na de staaroperatie
· Vindt de operatie onder algehele narcose of met een prikverdoving plaats? Dan komt er een verband op het oog.
Bij druppelverdoving is dit niet nodig.
· U komt de volgende dag op controle op de polikliniek, route 48.
· Veel pijn hoeft u na de operatie niet te verwachten.
· U kunt enkele weken het gevoel hebben van een "vuiltje" in het oog. Denk erom dat u niet in het oog wrijft.
· Ook kunt u de eerste weken wat gevoelig voor licht zijn. Een zonnebril is dan vaak prettig.
· Het uiteindelijke resultaat na een staaroperatie wordt bereikt na een week of vier. Dan krijgt u ook een eventueel
briladvies.
Druppelen
Na de staaroperatie gebruikt u een aantal weken oogdruppels om een ontsteking te voorkomen. U krijgt een recept mee waarop staat hoe vaak u welke druppels moet gebruiken. Heeft u oogdruppels voor bijvoorbeeld glaucoom? Dan kunt u die gewoon blijven gebruiken.
Wat mag niet
· Zelf auto rijden op de dag van de operatie en de dag na de operatie.
· De eerste twee weken zwemmen.
· Vier weken hard in het geopereerde oog wrijven.
· Een week oogmake-up of -crème gebruiken.
Risico's en complicaties
Een moderne staaroperatie is over het algemeen zeer veilig en succesvol.
Toch kunnen er complicaties ontstaan, zoals:
- De verdovingsprik geeft kans op een bloeding achter het oog, met meestal een onschuldig "blauw oog" tot gevolg.
- Uiterst zelden is de bloeding dusdanig dat de operatie moet worden uitgesteld.
- Bijna nooit wordt tijdens het prikken het oog of de oogzenuw beschadigd. Dit heeft meestal ernstige gevolgen voor het oog en voor het latere zicht.
- Soms komen lensresten terecht in de glasvochtruimte en ontstaat er een ontsteking die verholpen kan worden met oogdruppels.
- Bijna nooit komt tijdens de operatie een infectie veroorzakende bacterie in het oog terecht. Meestal volstaan
oogdruppels en het toedienen van antibiotica, maar soms is een tweede operatie nodig. Een dergelijke infectie kan leiden tot verlies van het oog. - Soms kan de oogarts geen kunstlens plaatsen, vooral als zich complicaties voordoen. Een kunstlens kan dan altijd nog bij een volgende operatie worden geplaatst.
Belangrijk
Uw gezichtsvermogen wisselt de eerste paar weken na de operatie en het oog kan jeuken en tranen of een beetje irriteren. Dat is normaal.
Wat te doen bij complicaties
Krijgt u de eerste dertig dagen na de operatie problemen die te maken hebben met de operatie? Neem dan contact op met het ziekenhuis:
- Op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur belt u met de polikliniek uw oogarts,
tel. (0165) 58 84 30. - Buiten deze tijden belt u met de afdeling Spoedeisende Hulp, tel. (0165) 58 88 89.







