Chirurgie
Liesbreuk of waterbreuk bij kinderen

Inleiding
Deze folder geeft u informatie over de waterbreuk of de liesbreuk bij uw kind. Het is goed u te realiseren dat de situatie voor iedereen weer anders kan zijn dan beschreven.
Oorzaak
Tijdens de zwangerschap ontstaat al in een vroeg stadium in het liesgebied van de foetus een uitstulping van het buikvlies via de buikwand (het lieskanaal). Bij jongetjes zullen hierlangs in een latere fase de zaadbal en de zaadstreng vanuit de buik indalen naar het scrotum (balzak). Bij meisjes ontstaat hierin een ophangband van de baarmoeder naar de grote schaamlip. De uitstulping van het buikvlies verdwijnt na de geboorte doorgaans door verkleving. Wanneer deze niet geheel verkleeft en er zich in het opengebleven gebied vocht verzamelt, is er sprake van een waterzakbreuk (hydrocele). Zo’n waterzakbreuk kan rondom de zaadbal ontstaan (hydrocele testis) of langs de zaadstreng (hydrocele funiculi). Wanneer de sluiting (verkleving) van de buikvliesuitstulping helemaal achterwege blijft, kan er vocht of buikinhoud – zoals buikvet of darmen – in de uitstulping komen. We hebben dan te maken met een liesbreuk.
Klachten
Liesbreuken komen vaker bij jongetjes voor dan bij meisjes, waterbreuken uitsluitend bij jongetjes.
Over het algemeen hebben kinderen weinig last van deze afwijking. Er is een zichtbare bult in een of beide liezen die al of niet wegdrukbaar is. Soms echter kan het gepaard gaan met pijnklachten, misselijkheid en zelfs braken. In uitzonderlijke gevallen kan de buikinhoud in de breuk beklemd raken.
De operatie
De behandeling is altijd operatief. De operatie wordt uitgevoerd onder algehele anesthesie (narcose) in dagbehandeling of gedurende een korte opname. De operatie gaat via een snede in de lies die na de ingreep met hechtingen wordt gesloten. Afhankelijk van het hechten van de snede met niet-oplosbare of oplosbare hechtingen moeten deze na enkele dagen al dan niet worden verwijderd. Bij een waterbreuk waarbij de buikvliesuitstulping gedeeltelijk dicht is gegaan, wordt de ingang van de uitstulping opgezocht en dichtgemaakt. Is de buikvliesuitstulping geheel opengebleven dan wordt hetzelfde gedaan en wordt de breukzak bovendien vaak verwijderd. Uiteraard wordt, als er sprake is van een liesbreuk, eerst de inhoud van de breukzak (bijvoorbeeld een darmlis) in de buikholte teruggebracht.
Voor een beeldverslag van een liesbreukoperatie bij een kind kunt u terecht op www.heelmeester.nl.
Na de operatie
- Activiteiten.Kinderen geven over het algemeen prima zelf aan wat ze wel en niet kunnen. Meestal hebben ze weinig pijn en kunnen na enkele dagen bijvoorbeeld weer naar school.
- Eten en drinken.Als gevolg van de operatie heeft uw kind waarschijnlijk weinig eetlust op de dag na de operatie. Dit zal langzaam weer terugkomen. Probeert u er wel voor te zorgen dat uw kind regelmatig een beetje drinkt en iets eet. Ten gevolge van de narcose kan uw kind aanvankelijk wat misselijk zijn en zal plat liggen dan als het prettigste ervaren. Een paar keer overgeven is niet verontrustend maar mocht uw kind blijven braken neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
- Pijn.Iedereen reageert anders op een operatie en narcose. U heeft een recept voor pijnstillers meegekregen. Indien deze onvoldoende werken of de pijn toeneemt moet u contact opnemen met de huisarts of het ziekenhuis.
- Koorts.Geringe verhoging tot 38,5 °C is een normale reactie na een operatie. Stijgt de temperatuur hierboven dan is het verstandig even te bellen met de huisarts of het ziekenhuis.
- Wondverzorging.Op de dag na de operatie mag uw kind kort douchen of even in bad. Na een dag of drie kan dat weer de normale tijd duren. Mocht de pleister van de wond afgaan dan kunt u deze verder weglaten. De wondcontrole op de polikliniek vindt ongeveer een week na de operatie plaats. U krijgt hiervoor een afspraak mee.
- Tot één week na de operatie mag uw kind niet sporten of wilde spelletjes doen.
Wat de doen bij complicaties
Krijgt u de eerste dertig dagen na de operatie problemen die te maken hebben met de operatie? Neem dan contact op met het ziekenhuis:
- Op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur belt u met de polikliniek Chirurgie,
tel. (0165) 58 85 62. - Buiten deze tijden belt u met de afdeling Spoedeisende Hulp: (0165) 58 88 89.
Vragen
Heeft u nog vragen? Stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.







