Chirurgie, Chirurgie, verpleegafdeling, Route 25/26
ERAS: versneld hersteld na darmchirurgie

Inleiding
U ondergaat binnenkort een dikke darm operatie. Bij deze operatie wordt het ERAS programma toegepast. ERAS is een afkorting van de Engelse woorden: Enhanced Recovery After Surgery. Dat betekent: versneld hersteld na operatie. Herstel na de operatie kan worden versneld door:
- De darm van te voren niet schoon te maken.
- De chirurg houdt de snee zo klein mogelijk. Hoe kleiner de wond, hoe sneller het herstel.
- Een optimale pijnbestrijding. Daarbij wordt niet alleen de pijn bestreden. De nadelen van de pijnbestrijding voor uw maag en darm zijn veel kleiner.
- Zo kort mogelijk bedrust. U verliest dan minder spierkracht.
- De periode dat u niet mag eten is kort. U verliest dan zo weinig mogelijk gewicht, spiermassa en -kracht.
Uw herstel
Het herstel begint meteen na de operatie
- Bij terugkomst op de afdeling mag u drinken. U krijgt u een vloeibare maaltijd en u mag even rechtop in bed of in een stoel zitten.
- De eerste dag na de operatie werken uw darmen weer. Uw buik rommelt en u kunt winden laten. U kunt anderhalve liter drinken. Daardoor kan het infuus eraf. U krijgt 's avonds een broodmaaltijd. U zit een aantal keren per dag in de stoel.
- De tweede dag heeft u geen hulp meer nodig bij toiletgang. U kunt zichzelf wassen en wandelen op de gang. U
krijgt pijnbestrijding met tabletten.
Verloopt alles voorspoedig? Dan kunt u vanaf de derde dag na de operatie naar huis. Bij de opname krijgt u een zorgkaart. Daarop staat van dag op dag wat u kunt verwachten. U kunt uw eigen ervaring erop noteren.
Voor de operatie
Soms is het nodig dat de internist u onderzoekt. U krijgt dan een verwijzing naar de internist. Als die akkoord gaat met de operatie, wordt u doorgestuurd naar de PPO poli. Op deze poli vertelt de anesthesioloog u over de narcose in verband met het ERAS programma. Tevens beoordeelt de anesthesioloog het risico van de narcose. Soms vindt de anesthesioloog aanvullend onderzoek van uw hart en longen nodig. U moet dan bloed laten prikken en een hartfilmpje laten maken. De anesthesioloog kan u ook eerst verwijzen naar de cardioloog of longarts. U kunt de anesthesioloog vragen stellen over de narcose en de pijnbestrijding na de operatie. Heeft de anesthesioloog goedkeuring gegeven voor de operaite? Dan maakt u een afspraak met de stomaverpleegkundige. Zij vertelt u alles over de operatie.
Bijvoeding
Bent u de laatste zes maanden voor de operatie meer dan 10% afgevallen of de laatste maand 5%? Dan verwijst de stomaverpleegkundige u naar een diëtist. Het is belangrijk dat u tien dagen voor de operatie goed eet om goed te kunnen herstellen. De diëtist adviseert u hoe u zo goed mogelijk kunt eten. Vaak kan dat met energierijke bijvoeding.
De dag vόόr de operatie
U wordt de dag voor de operatie opgenomen. Het Bureau Planning en Opname geeft door op welke afdeling u wordt opgenomen.
Darmvoorbereiding
Het totaal reinigen van de darm voor een operatie is niet alleen heel vervelend voor de patiënt. Het geeft ook grote kans op uitdroging en een slechtere conditie voor de operatie. Dat is niet goed voor het herstel na de operatie. Opereert de chirurg u aan het eerste stuk van de dikke darm, "rechts"? Dan krijgt u helemaal geen laxeermiddel. De ontlasting is in het eerste stuk van de dikke darm nog heel dun en de chirurg kan die gemakkelijk verwijderen. Wordt u aan het laatste stuk van de dikke darm "links" geopereerd? Dan krijgt u de avond voor de operatie en de ochtend van de operatie een klysma om het laatste stukje van de darm te reinigen.
Voeding
U mag de dag voor de operatie gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u de dag voor de operatie minstens 1½ liter drinkt. Drink geen alcohol op de dag voor de operatie. Tot en met de avondmaaltijd mag u gewoon eten. Tot 24.00 uur mag u vrij drinken. Daarna drinkt u alleen nog water tot twee uur voor de operatie. De avond voor de operatie krijgt u vier pakjes drinkvoeding, "PreOp". De ochtend van de operatie krijgt u nog twee pakjes. PreOp is een heldere drank met citroensmaak. Het bevat vooral suikers. Het is belangrijk dat u deze drinkvoeding vooral de ochtend van de operatie neemt. Drink de PreOp op tijd! U mag immers twee uur voor de operatie niets meer drinken, dus ook geen PreOp. Heeft u diabetes? Dan is PreOp niet geschikt voor u.
Slaap- en kalmeringstabletten
U krijgt geen slaap- of kalmeringstablet. Bent u niet gewend deze te nemen? Dan is de kans groot dat u na de operatie nog suf bent van die tablet.. Het is dan moeilijk het herstel in gang te zetten met drinken, eten en bewegen. Gebruikt u dagelijks een slaap- of kalmeringstablet? Dan mag u deze gewoon innemen. Als u gewend bent deze tabletten te gebruiken heeft u veel minder last van sufheid. Bent u erg nerveus voor de operatie? Overleg dan met de anesthesioloog om toch een kalmeringstabletje te krijgen.
De dag van de operatie
Pijnbestrijding
Voor de operatie krijgt u tussen de wervels, een slangetje. Daarlangs is het mogelijk om de plaats van de operatie plaatselijk te verdoven. Bij plaatselijke verdoving is er veel minder morfine nodig. Bijwerkingen van morfine, zoals sufheid en het stil vallen van de darmwerking komen daarom veel minder voor. Vooral het niet stilvallen van de darmwerking is belangrijk voor een snel herstel; daardoor kunt u meteen na de operatie weer eten en drinken. Twee dagen na de operatie wordt het slangetje verwijderd. Naast de plaatselijke pijnbestrijding krijgt u ook vier maal per dag twee tabletten Paracetamol. Neemt u deze pijnstillers in, ook als u geen pijn heeft. Een goede pijnbestrijding is van groot belang voor een snel herstel.
Narcose
Het slangetje zorgt voor plaatselijke verdoving. Daarnaast krijgt u algehele narcose. Daardoor merkt u niets van de operatie. Binnen een half uur na de operatie bent u weer wakker. De narcose werkt niet lang na. Daardoor verblijft u maar enkele uren op de uitslaapkamer.
Slangetjes
Uw blaas kan door de verdoving via het slangetje in uw rug niet goed werken. Daarom heeft u na de operatie ook een slangetje in de blaas. Beide slangetjes worden de tweede dag na de operatie verwijderd. Kunt u meer dan anderhalve liter per dag drinken? Dan stopt het infuus op de eerste dag na de operatie.
Eten en drinken
Bij terugkomst op de afdeling krijgt u een glas water. Misselijkheid is de enige reden om niet te drinken. U krijgt aan het einde van de operatie een middel om misselijkheid te voorkomen. Toch kan misselijkheid niet altijd worden voorkómen. Bent u niet misselijk? Probeer dan minstens een halve liter te drinken na de operatie. 's Avonds krijgt u een vloeibare maaltijd. U voelt zelf of u in staat bent te eten. U kunt de eerste dagen na de operatie geen normale hoeveelheden eten. Daarom krijgt u speciale energierijke drinkvoeding. De dag van operatie krijgt u een pakje drinkvoeding.
Beweging
Bewegen is belangrijk om trombose en verlies van spierkracht te voorkomen. Uw ademhaling is beter als u rechtop zit. Luchtweginfecties komen daardoor minder voor. Ook krijgt de wond meer zuurstof. Dat is goed voor de genezing.
Na de operatie gaa u zo snel mogelijk bewegen. De dag van de operatie moet u proberen eventjes rechtop in bed of in een stoel te zitten. Lage bloeddruk is de belangrijkste reden waarom bewegen niet lukt. Lage bloeddruk is een van de bijwerkingen van de plaatselijke verdoving via de rug. Heeft u lage bloeddruk? Dan schrijft de anesthesioloog u daarvoor medicijnen voor. De eerste keer dat u uit bed gaat begeleidt een verpleegkundige u. De verpleegkundige houdt uw bloeddruk dan in de gaten.
Na de operatie
Pijnbestrijding
Het slangetje in uw rug wordt de tweede dag na de operatie verwijderd. Een half uur voor het slangetje wordt verwijderd krijgt u extra medicijnen tegen de pijn (Naproxen). U blijft Paracetamol gebruiken als extra pijnbestrijding.
De standaard pijnbestrijding is:
- Dag 0 en 1: verdoving via uw rug plus vier keer 1000 mg paracetamol.
- Dag 2 en 3: verdoving via de rug stopt. Twee keer 75 mg Diclofenac retard, plus vier x 1000 mg Paracetamol.
- Dag 4 en volgende: eerst de Diclofenac stoppen, daarna de Paracetamol afbouwen.
- Dag 7 en volgende: alleen Paracetamol bij pijn.
Pijn verschilt van persoon tot persoon. De dosering wordt bij meer pijn aangepast.
Eten en drinken
De eerste dag na de operatie krijgt u vloeibaar eten. Bent u niet misselijk? Dan krijgt u 's avonds een gewone broodmaaltijd. U vult de maaltijden aan met energierijke bijvoeding. U krijgt daarvoor twee pakjes per dag zolang u opgenomen bent.
Bewegen
De dagen na de operatie moet u proberen minstens zes uur uit bed te zijn. Maak twee keer per dag een wandeling over de afdeling. Goede pijnbestrijding is belangrijk om te kunnen bewegen. Geef duidelijk aan als u door pijn niet uit bed kunt komen. Bent u niet in staat uit bed te komen? Probeer dan zoveel mogelijk rechtop in bed te zitten.
Laxantia
Om de werking van de dikke darm te bevorderen en verstopping te voorkomen, krijgt u tijdens uw opname twee keer per dag een laxeermiddel. Dat zorgt ervoor dat u binnen drie dagen ontlasting heeft. De darmen waren immers niet leeg voor de operatie.
Na het ontslag
U mag naar huis vanaf de derde dag na de operatie. Dan moet u wel aan de volgende voorwaarden voldoen:
- U voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan.
- U heeft ontlasting gehad.
- U kunt normaal eten.
- U heeft goede pijnbestrijding.
Uiteraard neemt de chirurg in overleg met u de definitieve beslissing of u naar huis mag.
Functioneerde u voor de operatie zelfstandig? Dan heeft u geen extra zorg thuis nodig. Wel is het prettig als u de eerste twee weken wat hulp krijgt van partner, familie of andere relaties. Zware huishoudelijke klussen zijn nog moeilijk.
Complicaties
Na iedere operatie kunnen complicaties optreden zoals longontsteking of blaasontsteking. Complicaties na een dikke darmoperatie kunnen zijn:
- Een lek op de plaats waar de darm, nadat het zieke stuk is verwijderd, weer aan elkaar is gemaakt. De inhoud van de darm lekt weg in de buik en kan ontsteking van het buikvlies veroorzaken. De symptomen zijn: bolle, gespannen buik, misselijkheid en braken, koorts, buikpijn. Bij een lekkage is een nieuwe operatie nodig.
- Ontsteking van de huid op de plaats van de hechtingen. De huid is dan rood of er lekt wondvocht. Bij een ontsteking worden de hechtingen verwijderd. Dan kan de pus uitgespoeld worden in de douche. U hoeft met een wondinfectie niet in het ziekenhuis te blijven.
Neem de eerste week elke ochtend uw temperatuur op. Stijgt uw temperatuur boven 38°C? Of krijgt u buikpijn, hevige rugpijn of moet u braken? Dan is het belangrijk dat u contact opneemt met de dienstdoende chirurg.
Tot dertig dagen na de operatie belt u de dienstdoende chirurg via:
- Polikliniek chirurgie, tussen 8.30 en 17.00 uur (0165) 58 85 62.
- Stomaverpleegkundige (0165) 58 81 13 of (0165) 58 84 88.
- Na 17.00 uur en in het weekend via de Spoedeisende Hulp: (0165) 58 88 89.
Vragen
Heeft u nog vragen? Bel dan gerust met de coördinator van het ERAS programma. Voor algemene informatie over het ERAS programma belt u met:
- Stomaverpleegkundige: Carla van Eekelen (0165) 58 81 13.
Diella van Terheijden (0165) 58 84 88. - Coördinator: Drs H.F.J. Fabry (0165) 58 85 62.







