Chirurgie, Chirurgie, verpleegafdeling

Borstoperatie



Print deze folder

Inleiding
Uw behandelend specialist heeft met u besproken dat er een afwijking in uw borst is geconstateerd en een operatie noodzakelijk is. Een borstoperatie wordt onder volledige narcose uitgevoerd. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep, uw leeftijd en algemene conditie wordt u opgenomen op de afdeling dagverpleging of op een verpleegafdeling.

Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • De afwijking is waarschijnlijk goedaardig. Hierover is zekerheid te krijgen door weefselverwijdering voor onderzoek.
  • De afwijking is mogelijk kwaadaardig maar is alleen op de mammografie te zien en niet te voelen.
    Om het afwijkende weefsel te kunnen verwijderen, moet dit eerst door de radioloog worden "aangewezen" met een metalen draadje dat tijdens de mammografie in het borstweefsel wordt geprikt. Hierdoor kan nauwkeurig het afwijkende weefsel operatief worden verwijderd. In de gevallen a en b wordt de operatie na verwijdering van het afwijkend weefsel beëindigd. De uitslag krijgt u na enkele dagen van de chirurg.
  • Er moet ernstig rekening worden gehouden met kwaadaardigheid. Er vindt direct onderzoek plaats van het verwijderde weefsel, terwijl u onder narcose blijft. Indien kwaadaardigheid wordt aangetoond, wordt doorgegaan met de operatie. Wanneer meer tijd nodig is voor onderzoek, wordt de operatie beëindigd.
  • Indien kwaadaardigheid reeds vóór de operatie met zekerheid is aangetoond zal de definitieve operatie van de borst direct worden uitgevoerd.

Voorbereiding

Poliklinisch onderzoek
Vóór de operatie wordt een lichamelijk onderzoek verricht. Door middel van een mammografie en/of een echografie en/of een punctie, wordt geprobeerd een zo groot mogelijke zekerheid te krijgen over de aard van de afwijking.

Voorbereiding
Bij opname wordt u door de verpleegkundige geïnformeerd over de gang van zaken rondom de operatie.
De okselholte wordt zorgvuldig geschoren om infectie te voorkomen.

De operatie

Indien de eerder genoemde mogelijkheid c of d voor u van toepassing is, zal de chirurg dit vóór de operatie met u bespreken en uw toestemming vragen voor de ingreep. Wanneer het gezwel niet te groot is, is meestal een borstsparende behandeling mogelijk: hierbij wordt het gezwel met het omliggende weefsel uit de borst verwijderd. Een bestraling van de borst is dan wel noodzakelijk. Wanneer de gehele borst wordt verwijderd (mastectomie of borstamputatie), is bestraling meestal niet nodig. Beide behandelingen zijn zeer verschillend van aard. Dit geldt ook voor het uitwendig resultaat. Maar beide behandelingen zijn gelijkwaardig wat betreft de kans op het terugkomen van de kwaadaardigheid. Zowel bij de borstsparende operatie als bij de mastectomie is het noodzakelijk de lymfeklieren in de oksel, aan de zijde van de behandelde borst, te onderzoeken op eventuele uitzaaiingen. Soms moeten daarvoor al deze klieren worden verwijderd. Soms kan worden volstaan met het onderzoek van één bepaalde lymfeklier, de schildwachtlymfeklier, die met een speciale techniek wordt opgespoord en uitgenomen. Als de schildwachtlymfeklier tumorcellen bevat (het onderzoek duurt enkele dagen) is een tweede operatie nodig om de overige oksellymfeklieren te verwijderen. Tijdens de operatie worden één of twee slangetjes (drains) ingebracht waaraan een plastic flesje is bevestigd, zodat eventueel vocht of bloed kan worden afgevoerd. De drains worden na enkele dagen verwijderd.

Na de operatie

U krijgt gedurende enkele dagen een injectie met een bloedverdunnend middel toegediend, om trombose te voorkomen. De derde dag na de operatie wordt na overleg met u, in aanwezigheid van uw naaste, het verband verwisseld. Ongeveer een week na operatie is de uitslag van het microscopisch onderzoek van de tumor en van de oksellymfeklieren bekend. De chirurg zal, in aanwezigheid van uw naaste, met u spreken over deze uitslag en over de eventueel noodzakelijke aanvullende behandeling en de controle. Nadat de laatste wonddrain is verwijderd volgt meestal ontslag. Soms is het mogelijk dat u naar huis gaat voordat de laatste drain is verwijderd. Tijdens de opname is het mogelijk een gesprek te voeren met een lid van de Werkgroep Nazorg Borstkanker.

Oefeningen
Na een borstoperatie, waarbij de lymfeklieren zijn verwijderd, begint u na enkele dagen met oefeningen onder begeleiding van een fysiotherapeut. Ook krijgt u uitleg over het gebruik van uw arm in uw dagelijks leven.

Complicaties

Zoals bij elke operatie bestaat er een zeer kleine kans op een nabloeding, die soms een tweede kleine operatie nodig maakt. Soms ontstaat na het verwijderen van de drains een ophoping van wondvocht, dat dan met een spuit (pijnloos) wordt verwijderd. De okseloperatie veroorzaakt vaak een doof gevoel aan de binnenkant van de bovenarm.

Wat te doen bij complicaties
Krijgt u de eerste dertig dagen na de operatie problemen die te maken hebben met de operatie? Neem dan contact op met het ziekenhuis:

  • Op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur belt u met de polikliniek Chirurgie, 
    tel.  (0165) 58 85 62.
  • Buiten deze tijden belt u met de afdeling Spoedeisende Hulp: (0165) 58 88 89.

Mammacareverpleegkundige

Naast de zorg en begeleiding van de verpleegkundigen op de afdeling, krijgt u extra begeleiding van de mammacareverpleegkundige. Zowel vóór, als na de operatie, heeft zij meerdere gesprekken met u.
Ook na ontslag uit het ziekenhuis kunt u bij haar terecht.

Vragen

Heeft u nog vragen? De mammacare verpleegkundige is telefonisch te bereiken op tel. (0165) 58 83 22.

versie: 01/09, bron: NVvH
Home » Specialismen en afdelingen » Specialismen en afdelingen » Chirurgie » Borstoperatie