Behandelcentrum, Route 80
Galwegen, onderzoek (ERCP)

Inleiding
U bent door uw behandelend arts verwezen voor een Endoscopische Retrograde Cholangio Pancreaticografie (ERCP). Dit is een onderzoek van de galwegen en de afvoergang van de alvleesklier en wordt uitgevoerd met behulp van een flexibele, bestuurbare kijker, een zogenaamde endoscoop. Een gespecialiseerd arts verricht het onderzoek.
De arts schuift de endoscoop via de mond naar de twaalfvingerige darm, en vervolgens naar de monding van de galwegen en de alvleesklier. Via de endoscoop kan de specialist deze afvoergangen inspuiten met contrastvloeistof en röntgenfoto's maken. Bepaalde afwijkingen zoals ontstekingen, vernauwingen en stenen kan de specialist direct waarnemen. Ook is het mogelijk om via het instrument kleine ingrepen uit te voeren. Deze ingrepen zijn over het algemeen niet pijnlijk.
Maatregelen voor het onderzoek
Tijdens het onderzoek kan het nodig zijn stukjes weefsel weg te halen. Patiënten die bloedverdunnende medicijnen gebruiken, bijvoorbeeld sintrom of marcoumar, of ontstekingsremmende of pijnstillende medicijnen zoals aspirine en ascal, kunnen een bloeding krijgen. In overleg met uw behandelend arts kan het gebruik van deze medicijnen, meestal gedurende een week vóór het onderzoek, worden gestaakt.
Gebruikt u insuline? Dan is het raadzaam om contact op te nemen met uw behandelend arts om eventueel de dosering aan te passen.
Voorbereiding
U krijgt vooraf te horen vanaf welk tijdstip u nuchter moet zijn. Een speciaal opgeleide endoscopie-assistent begeleidt u vóór, tijdens en na het onderzoek. Heeft u geelzucht? Dan krijgt u antibiotica om infecties te voorkomen.
Een eventuele gebitsprothese moet u vóór het onderzoek uit doen. U krijgt een "bijtring" in de mond, om zowel uw gebit als de endoscoop te beschermen. Draagt u een bril? Dan is het prettiger die af te zetten. Een hoortoestel moet u uit doen. Heeft u nog vragen? Stel die dan vóór het onderzoek. Praten tijdens het onderzoek is niet mogelijk. U krijgt op de afdeling een infuus in uw rechterarm.
Het onderzoek
Veel patiënten zien op tegen een onderzoek waarbij een "slang geslikt" moet worden. Natuurlijk is het onderzoek niet prettig, maar als u zich ontspant en rustig blijft doorademen, lukt dat goed. Bovendien krijgt u via een infuus een kalmerend middel toegediend. Daardoor maakt u het onderzoek niet zo bewust mee. Ook krijgt u een medicijn om de speekselaanmaak af te remmen en eventueel een keelverdovingsspray. Tenslotte wordt er een hulsje op één van uw vingers geschoven om uw hartslag en ademhaling te controleren. Dit in verband met het kalmerend middel dat u heeft gekregen.
Bij het begin van het onderzoek ligt u op uw linkerzijde op de onderzoektafel, met uw linkerarm op uw rug. De specialist geeft u aanwijzingen om de scoop te slikken en legt u uit wat er verder gaat gebeuren.
De arts schuift het instrument voorzichtig door de mond naar binnen, totdat de punt zich bij de inmonding van de galwegen en de alvleesklier bevindt.Tijdens het onderzoek ligt u op uw buik. Het inbrengen van de endoscoop kan een vervelend gevoel geven. Is de endoscoop eenmaal op zijn plaats? Dan ondervindt u vrijwel geen hinder meer. De scoop belemeert uw ademhaling niet. Tijdens het onderzoek wordt lucht via de scoop ingeblazen. Het is normaal dat u daarvan moet oprispen. De duur van het onderzoek varieert van 15 minuten tot 1½ uur. Moet de specialist tijdens het onderzoek ingrepen verrichten? Dan kan het zelfs nog wat langer duren. Duurt het onderzoek lang? Dan kan het wat onaangenaam zijn, omdat u al die tijd op de buik moet liggen. De druk op de buik kan vervelend zijn.
Na het onderzoek
Na het onderzoek gaat u naar de afdeling dagverpleging of de verpleegafdeling waar u bent opgenomen. Hier wordt u nog gedurende enige tijd gecontroleerd. De specialist bepaalt, afhankelijk van wat er is gebeurd, wanneer u weer mag drinken en eten. Als een behandeling of een grotere ingreep heeft plaatsgevonden kunnen extra controles nodig zijn. De specialist bespreekt dit dan met u. Soms wordt er de volgende ochtend nog bloed geprikt. Uw keel kan tijdelijk wat pijnlijk zijn, vooral als u moet hoesten. Dit kan enkele dagen duren. U heeft misschien ook een opgeblazen gevoel door de lucht die tijdens het onderzoek in de maag is geblazen. Oprispen of winden laten geeft dan verlichting.
Omdat u een kalmerend middel heeft gehad, bent u wat suf. Dat is ook de reden dat u niet zelf naar huis mag rijden. U mag ook niet alleen reizen met het openbaar vervoer.
Complicaties
Krijgt u ernstige pijn in de bovenbuik of koorts? Dan moet u direct contact opnemen met de huisarts of de specialist die de endoscopie heeft verricht, of bij diens afwezigheid de dienstdoende internist.
Heeft er een ingreep plaatsgevonden? Dan is er een kleine kans op complicaties, zoals een bloeding, een infectie of een ontsteking van de alvleesklier. Daarom wordt u in dat geval voor alle zekerheid ter observatie in het ziekenhuis opgenomen.
De uitslag
U krijgt de uitslag van het onderzoek via uw behandelend specialist.
Nazorg endoprothese
Wanneer een buisje (endoprothese) is ingebracht in de galwegen, kan dat na verloop van tijd verstopt raken. Dit uit zich in geelzucht, donkere urine en vaak ook koorts. Bij dergelijke verschijnselen moet u zo snel mogelijk contact opnemen met uw huisarts of behandelend specialist. Het buisje moet dan worden verwisseld, via dezelfde methode als de eerste keer. Dit is over het algemeen een eenvoudige ingreep die ongeveer vijftien tot twintig minuten duurt.
Samenvatting
- Overleg een week vóór het onderzoek met uw behandelend specialist als u antistollingsmiddelen,
ontstekingsremmende middelen, pijnstillers of insuline gebruikt.
- Eet of drink niets meer vanaf middernacht als het onderzoek in de ochtend plaatsvindt, en niet meer na 9.00 uur als
het s middags gebeurt.
- Zorg voor vervoer naar huis na het onderzoek.
- De duur van het onderzoek varieert van 15 minuten tot 1½ uur, afhankelijk van de verrichte ingreep.
- Een opgeblazen gevoel na het onderzoek is normaal, oprispen helpt.
- Uw keel kan na het onderzoek pijnlijk zijn.
- Na sommige ingrepen wordt u nog enige tijd opgenomen op de afdeling dagverpleging.
- Bij ernstige klachten na het onderzoek moet u contact opnemen met de specialist die het onderzoek heeft verricht,
of bij diens afwezigheid de dienstdoende internist.







