Orthopedische chirurgie, Route 14

Schouderprothese



Print deze folder

Door slijtage van het schoudergewricht wordt het kraakbeen in het gewricht aangetast.
Het bewegen van de schouder wordt moeilijker en geeft pijnklachten.
Het plaatsen van een schouderprothese verhelpt deze problemen.
Voordat u zich aan de schouder laat opereren, moet u goed weten waarom een operatie nodig is, wat de operatie inhoudt en hoe het herstel na de operatie verloopt. Uw orthopedisch chirurg bespreekt dit uitgebreid met u.

Er zijn verschillende operaties mogelijk:
- Halve schouderprothese: de kop van de bovenarm wordt vervangen door een prothese.
- Volledige schouderprothese: zowel de kop van de bovenarm als de kom van het schouderblad worden vervangen door een prothese.

Poliklinische voorbereiding

U krijgt een afspraak voor een poliklinisch preoperatief onderzoek op de PPO poli (route 38). U krijgt van de secretaresse van de orthopedisch chirurg twee formulieren mee; een Verpleegkundige anamnese en een Anesthesiologische anamnese. Deze formulieren vult u thuis in en neemt u mee naar de afspraak op de PPO poli.
De ingevulde gegevens zijn van belang om een goed beeld te krijgen over uw gezondheid. Tijdens uw opname is het een belangrijke bron van informatie voor de verpleegkundigen.
Het onderzoek wordt gedaan door de anesthesioloog of anesthesiemedewerker.
Er wordt onderzocht of u lichamelijk voldoende gezond bent om een operatie te ondergaan en de vorm van narcose wordt besproken. Als u in het verleden problemen heeft gehad met ‘narcose' (allergie voor medicatie, lang naslapen of misselijkheid) moet u dit melden aan de anesthesioloog.
Gebruikt u bloedverdunners dan vertelt de anesthesioloog of orthopedisch chirurg u of en wanneer u het gebruik daarvan moet stoppen voor de operatie.

De opname

Hoe u zich voor moet bereiden op de anesthesie leest u in de folder over anesthesiologie. Deze folder is verkrijgbaar bij het Patiënten Service Bureau (route 94) of het Bureau Planning en Opname (route 96).
De dag voor de operatie wordt u gebeld door een verpleegkundige van de verpleegafdeling. Vindt de operatie op maandag plaats dan wordt u op vrijdag gebeld.
Bent u ergens anders telefonisch bereikbaar, laat het dan even weten aan afdeling Orthopedie ' (0165) 58 83 86. De verpleegkundige informeert u hoe laat u op de verpleegafdeling wordt verwacht.
Ook bespreekt zij het ingevulde anamneseformulier met u. Heeft u nog vragen?
Stel ze dan gerust aan de verpleegkundige.
Op de dag van de operatie gaat u op de afgesproken tijd zelf naar de verpleegafdeling. Gebruikt u medicijnen? Neem deze dan mee. Voorafgaand aan de operatie worden uw schouder en oksel zorgvuldig geschoren en vervolgens met jodium gewassen.
Om bloedstolsels (trombose) te voorkomen krijgt u gedurende uw opname éénmaal per dag een injectie met een bloedverdunnend middel.

Operatie van de schouderprothese

De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Voor de operatie krijgt u een infuus ingebracht. Dit infuus houdt het vochtgehalte in uw lichaam de eerste dagen na de operatie op peil. Bovendien krijgt u antibiotica via het infuus. Tijdens de operatie ligt u in halfzittende houding. De orthopedisch chirurg maakt een snede bij de schouder van ongeveer tien centimeter. Vervolgens maakt hij het gewrichtskapsel open om de kop uit de kom te kunnen halen. Daarna verwijdert hij zonodig de kom. Hij brengt in de bovenarm een metalen steel in met daarop een kop. Als de kom vervangen wordt plaatst de orthopedisch chirurg een kunststof kom bij het schouderblad. Kop en (vervangen) kom passen precies in elkaar. Het gewrichtskapsel houdt de prothese op zijn plaats. Als de kop in de kom is gezet, hecht de orthopedisch chirurg het gewrichtskapsel, de spieren en de huid. In de wond blijft een drain achter. Dit is een slangetje voor het afvoeren van bloed en wondvocht. Uw arm ligt in een speciale draagdoek, zodat u de arm niet omhoog kunt tillen en naar de zijkant draaien.
De ingreep duurt ongeveer twee uur.

Pijnbestrijding bij een schouderprothese

De anesthesioloog of anesthesiemedewerker heeft met u afgesproken dat u na de operatie eventueel een pompje krijgt om de pijn te bestrijden. Dit heet een PCA-pomp. De methode van pijnbestrijding door middel van dit pompje voldoet goed aan de individuele behoefte van iedere patiënt. U leest hierover meer in de folder over anesthesiologie.
De verpleegkundige op de afdeling houdt de gegevens bij over de pijnbestrijding en vraagt regelmatig hoe uw pijnbeleving is.

Na de ingreep

De dag na de operatie gaat u voor een controlefoto naar de röntgenafdeling. Ook wordt er bloed bij u geprikt. De verpleegkundige helpt u bij de verzorging op bed. Als u voldoende eet en drinkt en als de medicatietoediening via het infuus niet meer nodig is, wordt het infuus verwijderd. De drain wordt de eerste of tweede dag na de operatie verwijderd.
Afhankelijk van uw gezondheidstoestand mag u op de eerste dag na de operatie uit bed.
Het ontslag uit het ziekenhuis is meestal de tweede of derde dag na de operatie.

Weer thuis

Het herstel duurt doorgaans drie tot zes maanden. Ongeveer veertien dagen na de operatie heeft u een controleafspraak op de polikliniek en worden de hechtingen verwijderd.

Adviezen na een schouderprothese

Om uw revalidatie zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen gelden voor u de volgende adviezen:

· Draag de eerste twee weken een speciale draagdoek. U kunt de onderarm er regelmatig uithalen om uw elleboog te buigen en te strekken. Houd de bovenarm tegen uw lichaam.
· Stel wegens infectiegevaar douchen uit tot de wond gesloten is. Meestal is dat drie dagen na de operatie.
· In bad gaan kan na ongeveer twee weken en als de hechtingen verwijderd zijn.
· Slaap de eerste zes weken op uw rug.
· Draai uw arm niet naar buiten.
· Na de eerste controle afspraak op de polikliniek start u met fysiotherapie.
De revalidatie vraagt veel wilskracht en inspanning.
· U mag de eerste weken geen auto of fiets besturen.

 Na ongeveer zes weken kunt u weer:
· Op beide zijden slapen.
· De schouder bewegen.
· Autorijden en fietsen.
· Sporten.

Twijfelt u na zes weken nog over het belasten van uw schouder, overlegt u dan met uw orthopedisch chirurg, nurse practitioner of physician assistant.
Houdt u er rekening mee dat er een blijvende beperking in de beweging van de schouder kan zijn.

 

Complicaties na een schouderprothese

Bij elke operatie bestaat er kans op complicaties zoals wondinfectie of een nabloeding.
Neem contact op met uw behandelaar als de wond:
· gaat lekken.
· rood en dik wordt.

Bij een schouderprothese kunnen de volgende complicaties ontstaan:
· de schouder raakt uit de kom.
· het gewrichtskapsel scheurt waardoor bepaalde bewegingen in de schouder niet meer mogelijk zijn.
· aanhoudend sterk beperkte schouderfunctie.

Krijgt u de eerste veertien dagen na de operatie problemen die te maken hebben met de operatie? Neem dan contact op met het ziekenhuis:
- Op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur belt u met de polikliniek van uw specialist.
- Buiten deze tijden belt u met de afdeling Spoedeisende Hulp: (0165) 58 88 89.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel deze dan gerust aan de betreffende hulpverlener.
Meer informatie over deze operatie vindt u op de website orthopedie.franciscusziekenhuis.nl.

versie: 03/10
Home » Specialismen en afdelingen » Orthopedische chirurgie » Schouderprothese