Keel-, Neus en Oorheelkunde, Route 15
Neuspoliepen

Wat zijn neuspoliepen?
Neuspoliepen zijn goedaardige zwellingen van het neusslijmvlies, die meestal ontstaan in de zeefbeenholte (één van de vier neusbijholten). De zeefbeenholten zitten tussen de ogen. De poliepen zakken als een soort "slijmvlieszakje" vanuit de zeefbeenholte (zie in de figuur één poliep) in de neus.
De oorzaak van het ontstaan van neuspoliepen is nog onbekend. Er zijn factoren die de kans op neuspoliepen groter maken, zoals:
- allergische aanleg.
- chronische ontsteking van het neusbijholteslijmvlies.
- overactief reagerend neusslijmvlies.
- patiënten die lijden aan astma, vooral in combinatie met intolerantie voor aspirine.
Neuspoliepen ontstaan bijna altijd beiderzijds. Neuspoliepen kunnen op alle leeftijden voorkomen, vooral tussen het 30ste en 40ste levensjaar, maar zelden op kinderleeftijd. Eénzijdige neuspoliepen verdienen altijd extra onderzoek. Het kan een uiting zijn van een éénzijdige kaakholteontsteking ten gevolge van bijvoorbeeld problemen met het bovengebit. Ook is er een zeer kleine kans dat een éénzijdige poliep kwaadaardig is. Ontstaan neuspoliepen voor de puberteit dan kan er sprake zijn van cystische fibrose (taaislijmziekte).
Wat voor klachten worden veroorzaakt door neuspoliepen?
De belangrijkste klachten zijn neusverstopping, regelmatig optredend verkouden gevoel en een verminderde reuk en smaak. Minder vaak bestaan er klachten van hoofdpijn en een vol gevoel in het hoofd. Verder blijkt dat een aandoening van de bovenste luchtwegen (neus en neusbijholten) veelal een nadelig effect heeft op het functioneren van de longen.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Als de KNO-arts in de neus kijkt zijn neuspoliepen vaak direct al zichtbaar. Soms zijn de neuspoliepen klein en diep in de neus gelegen. Onderzoek van deze poliepen kan gebeuren met een neusendoscoop. Dit is een dun kijkertje waarmee de KNO-arts hoger en dieper in de neus kan kijken. Ook röntgenfoto's (een sinusfoto of CT-scan) van de neusbijholten kunnen onderdeel van het onderzoek uitmaken.
Wat is de behandeling van neuspoliepen?
Er zijn verschillende behandelingen. De keuze tussen de diverse vormen van behandeling is afhankelijk van de klachten en ook van de uitgebreidheid van de neuspoliepen.
1. Medicijnen
Behandeling met een corticosteroïd-bevattende neusspray of -druppels kan een duidelijke verkleining van de poliepen en een vermindering van de klachten geven. Er is in principe geen bezwaar tegen om deze medicijnen jarenlang te gebruiken. Hiermee verdwijnen de neuspoliepen echter niet in alle gevallen. Corticosteroïden kunnen ook in tabletvorm (bijvoorbeeld prednison) of als injectie worden toegediend en geven vaak een opmerkelijke vermindering van de klachten. Deze toedieningsvorm van corticosteroïden mag vanwege de bijwerkingen slechts kortdurend zijn.
2. Operatie
Een tweetal operaties wordt regelmatig verricht bij patiënten met neuspoliepen.
- Poliepextractie: Hierbij vindt, meestal onder plaatselijke verdoving, verwijdering van dat deel van de poliep dat in de neus zichtbaar is plaats. Het deel dat in de zeefbeenholte zit kan op deze manier niet worden verwijderd.
- (Endoscopische) neusbijholteoperatie (FESS): Bij deze operatie worden, onder narcose, poliepen zowel uit de neus als uit de neusbijholten verwijderd.
Kans op een succesvolle behandeling?
Bij veel patiënten blijken neuspoliepen, ondanks behandeling met medicijnen en operatieve verwijdering, weer terug te komen. Dit komt na poliepextractie vaker voor dan na (endoscopische) neusbijholte-operatie.
Meestal wordt na de operatie langdurig corticosteroïden bevattende neussprays of -druppels gegeven, waardoor neuspoliepen minder snel terugkomen. Behandeling van de aandoening van de bovenste luchtwegen heeft vaak een gunstig effect op het functioneren van de onderste luchtwegen (zoals astmatische klachten).
Gebaseerd op voorlichtingmateriaal van de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied.







