Keel-, Neus en Oorheelkunde, Route 15
Amandelen, operatie bij kinderen

Wat zijn "de amandelen" en wat is hun functie?
Het lichaam bezit een uitgebreid systeem om infecties te bestrijden, het zogenaamde lymfkliersysteem. De overgang van mond en neus naar de keel bevat, als een soort ring, veel van dit lymfklierweefsel. Het vangt binnendringende ziekteverwekkers zoveel mogelijk op en maakt ze onschadelijk. Op een paar plaatsen is dit lymfklierweefsel verdikt:
In de neus-keelholte
Dit is de ruimte achter de neus boven het zachte gehemelte. Het verdikte lymfklierweefsel in het dak van de neus-keelholte heet neusamandel (het adenoïd). De neusamandel is vooral bij jonge kinderen aanwezig. Vanaf ongeveer het achtste levensjaar neemt de grootte af. Aan weerszijden van de neusamandel begint de zogenaamde buis van Eustachius, de verbinding waardoor lucht van de neuskeelholte naar de oren gaat.
In de keel
De keelamandelen (de tonsillen) zijn te zien als knobbels links en rechts achter in de keel. De huig, het aanhangsel van het zachte gehemelte, hangt midden tussen de keelamandelen.
Achter op de tong
Dit deel heet de tongamandel en gaat aan de zijkant van de tong over in de keelamandelen. De tongamandel geeft slechts zelden klachten en wordt verder buiten beschouwing gelaten. De amandelen vormen maar een klein gedeelte van het lymfkliersysteem van het lichaam. Eventuele verwijdering van de amandelen heeft daarom geen merkbare gevolgen voor de afweer.
Klachten
Wanneer de amandelen de hoeveelheid binnendringende ziekteverwekkers niet meer aan kunnen, raken ze zelf ontstoken. Hierbij treedt in het algemeen een forse zwelling van deze amandelen op. Gebeurt dat bij de neusamandel, dan kan het leiden tot een voortdurende of telkens optredende verkoudheid met een vieze neus. Andere klachten kunnen zijn: slecht slapen, snurken, veel door de mond ademen of herhaalde oorontstekingen. Betreft het speciaal de keelamandelen dan bestaan de klachten uit herhaalde perioden van keelpijn met slikklachten en temperatuurverhoging. De keelamandelen kunnen ook voortdurend in een meer of minder ontstoken toestand verkeren. In zo'n geval treden klachten van moeheid, hangerigheid, afgenomen eetlust en slechte adem meer op de voorgrond. In de hals zijn dan vaak verdikte lymfklieren te voelen. Zeer grote keelamandelen kunnen zelfs de ademhaling belemmeren, wat nachtelijke onrust met onregelmatig snurken tot gevolg kan hebben. Zijn de keel- en neusamandelen gelijktijdig ontstoken, dan bestaat het klachtenpatroon uit een combinatie van het bovenstaande.
Wanneer verwijderen
De ernst van de klachten bepaalt of het nodig is de amandelen te verwijderen. Hierbij is de mate van ziek zijn van belang, maar ook de vraag hoe vaak dit optreedt. Wanneer het onvoldoende lukt om de klachten met medicijnen te bestrijden, dan kan het verstandig zijn om de amandelen weg te laten halen. Vanzelfsprekend hangt het hierbij van de klachten af, of alleen de neusamandel of zowel keel- als neusamandelen verwijderd zullen worden. De leeftijd van het kind speelt eveneens een rol, hoe jonger het kind, hoe terughoudender uw arts zal zijn. Een absolute leeftijdsgrens is er echter niet, de ernst van de klachten is en blijft de belangrijkste factor. Bij de neusamandel is volledige verwijdering niet mogelijk. Het gaat hier om het uitnemen van het middelste, meest verdikte gedeelte. De neusamandel kan vanuit de randen aangroeien en soms na verloop van tijd weer klachten geven. De keelamandelen kunnen in principe wél volledig worden weggehaald, soms groeit er echter vanaf de tongamandel nog een restje uit.
Operatie
De operatie vindt plaats tijdens een kortdurende, maar volledige narcose. Bij kinderen wordt meestal een operatietechniek gebruikt waarbij met een speciaal instrument de keelamandelen in één beweging als het ware losgewoeld worden van de onderlaag. Bij volwassenen wordt een andere techniek gebruikt: de keelamandelen zitten veel vaster zodat de keelamandelen los geprepareerd/gesneden moeten worden van de onderliggende weefsellaag. In een beperkt aantal gevallen gebruikt de KNO-arts bij kinderen dezelfde techniek als bij volwassenen.
Vindt de operatie vroeg op de dag plaats? Dan mogen de kinderen meestal nog dezelfde dag naar huis.
Complicaties
Bij iedere operatie, ook bij het verwijderen van amandelen, is er sprake van enig risico. In dit geval is dat risico voornamelijk de mogelijkheid van nabloeding. Dit verklaart waarom een normale bloedstolling bij deze operatie zo belangrijk is. Er mogen dus van tevoren en ook de eerste dagen na de operatie géén medicijnen worden ingenomen, die de bloedstolling nadelig beïnvloeden. Met name dus géén pijnstillers die acetylsalicylzuur bevatten (Aspirine, Acetosal, etc.) of andere bloedverdunners.
Indien er bij u of bij iemand in uw familie problemen met de bloedstolling voorkomen of stollingsziekten, of indien er eerder nabloedingen zijn opgetreden moet u dit absoluut aan uw arts vertellen!
Bij kinderen kan, vooral als de neus- en keelamandelen erg groot waren, na de operatie een zogenaamde open neusspraak bestaan. Soms is de stem wat hoger geworden. In nagenoeg alle gevallen is deze veranderde stem tijdelijk. In een enkel geval is gedurende korte tijd logopedische hulp nodig.
Voorbereiding
Toestemming geven voor de operatie en de narcose.
Bij kinderen onder de twaalf jaar bent u als ouder verplicht toestemming te geven aan de specialist voor het mogen uitvoeren van de operatie. Voor kinderen van twaalf tot zestien jaar moeten zowel u als uw kind toestemming geven. Natuurlijk heeft u beiden te allen tijde recht op informatie. (zie hiervoor de folder "Uw rechten en plichten als patiënt" (te verkrijgen bij het Patiënten Service Bureau).
Beoordeling of uw kind veilig narcose kan ondergaan:
U moet een uitgebreide vragenlijst over de gezondheid van uw kind invullen om te beoordelen of uw kind veilig narcose kan ondergaan. U krijgt een afspraak op de pre-operatieve poli van de anesthesioloog. De ingevulde vragenlijst moet u dan meebrengen. De anesthesioloog zal deze bekijken en beoordelen of er nog voorzorgsmaatregelen nodig zijn om een narcose veilig te kunnen uitvoeren. Vervolgens krijgt u uitleg over wat er gaat gebeuren en wat u kunt verwachten. Ook de anesthesioloog zal u vragen toestemming te geven voor het verrichten van de operatie (zie hierboven). Uiteraard mag u vragen stellen.
Is uw kind onder behandeling van een specialist (bv. kinderarts) Dan is het mogelijk dat u ook nog een afspraak krijgt bij die betreffende specialist om te beoordelen of er voor de operatie nog speciale voorbereiding nodig is. (Zie ook aparte folder "anesthesiologie".)
Voorlichtingsbijeenkomst
Er is elke woensdagmiddag een voorlichtingsbijeenkomst voor kinderen die aan de amandelen worden geopereerd. Deze bijeenkomst is speciaal bedoeld om kinderen beter voor te bereiden. Wij adviseren u met klem hier samen naar toe te gaan.
Verpleegkundige voorbereiding
U krijgt ook een verpleegkundige vragenlijst mee die u thuis rustig kunt invullen en op de dag van de operatie mee moet brengen.
Regelen pijnstillers voor na de operatie
U krijgt van de KNO-arts een recept mee voor paracetamol zetpillen, zodat u deze alvast in huis heeft op de dag dat uw kind wordt geopereerd. Zie ook onder kopje "weer thuis", verderop in deze folder.
Dag van de operatie
Wat geeft u uw kind mee naar het ziekenhuis?
- Twee pyjama's of nachthemdjes. Geen nieuwe, er kan bloed op komen.
- Sokken.
- Knuffelbeest, leesboekje of een geliefd speeltje.
- Zijn medicijnen.
- Eventueel een tuimelbeker of fles.
- Papieren zakdoekjes.
- De ingevulde vragenlijst.
- Deze folder.
En zorg ervoor dat uw kind:
- Geen sieraden en nagellak draagt.
- Lang haar in twee staarten heeft gebonden.
De gang van zaken in het Franciscus Ziekenhuis
Uw kind wordt voor een dagdeel opgenomen op de Kinderafdeling, op de "dagopnamekamer".
Nuchter zijn voor de operatie
Op de dag van de opname moet uw kind vanaf vijf uur voor de operatie nuchter zijn. Tot twee uur voor de operatie mag uw kind nog helder vloeibaar drinken zoals thee zonder melk, ranja en water.
Dus:
- Vanaf 03.00 uur 's nachts niets eten.
- Vanaf 06.00 uur 's ochtends niets meer drinken.
Niet toegestaan zijn melkproducten en vruchtensappen!
Degene die met het kind mee gaat naar de operatieafdeling wordt geadviseerd normaal te ontbijten of te lunchen.
Op de afdeling
Op de afdeling neemt de verpleegkundige de meegebrachte verpleegkundigenvragenlijst met u door. U mag uw kind uitkleden, zijn lichaamstemperatuur opnemen en zonodig een plas laten doen. Uw kind mag zijn pyjama aandoen. Een hemd, rompertje of maillot mag het deze dag niet dragen.
Lengte en gewicht van uw kind worden bepaald. Daarna krijgt uw kind een paracetamol zetpil en een naambandje om de pols.
Op de behandel(operatie-)afdeling
Tussen 7.45 en 8.30 uur gaat één van de ouders/verzorgers met uw kind en een verpleegkundige naar het Behandelcentrum, waar de operatie plaatsvindt. Daar wacht u met uw kind in een wachtruimte. U wordt geroepen zodra uw kind aan de beurt is. Uw kind wordt neergelegd op de operatietafel en moet dan in een kapje blazen, waardoor het in slaap valt en niets van de operatie zal merken. Houd er rekening mee dat het in slaap vallen anders kan zijn dan bij een natuurlijke slaap. Uw kind draait bijvoorbeeld de ogen weg of beweegt met armen en/of benen. Het is goed uw kind (voor zover mogelijk) erop voor te bereiden dat de lucht die uit het kapje komt wel stinkt, maar dat het er niet bang voor hoeft te zijn.
Zodra uw kind slaapt, gaat u onder begeleiding terug naar de wachtruimte waar u blijft tot de behandeling is afgelopen.
De uitslaapkamer
Na de behandeling komt uw kind op de uitslaapkamer te liggen waar het rustig wakker mag worden uit de narcose. Zodra het veilig is wordt u erbij geroepen, zodat u bij uw kind bent als het wakker wordt. Hierna gaat u samen onder begeleiding van een verpleegkundige terug naar de Kinderafdeling.
Terug op de afdeling
Zodra de verpleegkundige dit aangeeft mag u zelf uw kind drinken geven. In de loop van de ochtend krijgt uw kind een waterijsje en een tweede paracetamol zetpil. Rond 11.30 uur mag uw kind weer naar huis.
Vervoer naar huis
U moet uw kind zeker in een auto vervoeren. Het is aan te raden dat er iemand achter in de auto bij het kind zit. Die is dan dicht bij het kind als het extra aandacht nodig heeft.
Omdat uw kind slechts een paar uur op de "dagopnamekamer" wordt opgenomen is het mogelijk dat u als ouders de hele tijd bij uw kind bent. Overig bezoek, ook broertjes en zusjes, kunnen niet komen. Ook 's morgens mogen zij niet meekomen. Uiteraard mag de ouder/verzorger die niet meegaat naar het Behandelcentrum hier wachten. Daarnaast is er ook een speciale "ouderkamer".
Na de operatie
Wat kunt u verwachten na de operatie?
Direct na de operatie
Voor de operatie krijgt uw kind een paracetamol zetpil, die ook na de operatie nog werkt. Zowel het koude drinken als het waterijsje hebben ook een gering pijnstillend effect.
Daarnaast heeft uw kind vaak wat bloed in de neus en in de mond, er zal daarom geprobeerd worden uw kind zo snel mogelijk te laten drinken, maar forceren heeft geen zin. Doe het spelenderwijs, iedere keer een slokje, dan is uw kind sneller opgeknapt en heeft het minder kans s avonds of s nachts koorts te krijgen.
Weer thuis
De eerste paar dagen na de operatie zal uw kind zich nog wel wat ziek voelen. Vooral eten en praten kan pijnlijk zijn. Deze pijn, die vaak uitstraalt naar de oren en dan ten onrechte voor oorpijn wordt aangezien, reageert meestal goed op paracetamol. U krijgt van de KNO-arts vooraf een recept mee voor paracetamol zetpillen in de juiste dosering. U kunt ook de dosering uit de hierna aangegeven tabel als richtlijn gebruiken. De eerste 48 uur na de operatie geeft u op vaste tijdstippen paracetamol. Daarna alleen zo nodig.
Dosering paracetamol:
Een kind van:
8 tot en met 9 kg mag 3 x 240 mg per dag
10 tot en met 14 kg mag 4 x 240 mg per dag
15 tot en met 19 kg mag 3 x 500 mg per dag
20 kg of meer mag 4 x 500 mg per dag
Wanneer uw kind praat, klinkt dat in het begin of het een volle mond heeft. Al deze klachten gaan geleidelijk over. Op de plaats van de verwijderde amandelen ontstaat een grijswit beslag. Dat is normaal en geen teken van ontsteking. Het geeft soms een vieze smaak in de mond en uw kind kan daardoor ook enkele dagen een beetje weeïg uit de mond ruiken. Dit beslag verdwijnt na ongeveer een week. Soms gaat dat gepaard met een lichte bloeding.
Geef uw kind de eerste dagen zacht voedsel, koud of lauw. Laat het de eerste dagen na de operatie regelmatig drinken, dat houdt de keel schoon. Drie maal een klein slokje is beter dan éénmaal een grote. Ook waterijsjes zijn prima. Vermijd zure en koolzuurhoudende dranken en melkproducten en geef de eerste dagen ook geen zuidvruchten of bananen.
Houd het kind een paar dagen thuis. In het algemeen is een kind na ongeveer een week weer voldoende opgeknapt om naar school te gaan. Zwemmen mag een week na de operatie. Is alleen de neusamandel verwijderd? Dan zijn de klachten meestal de dag na de operatie alweer verdwenen. Het kind kan dan eventueel alweer naar school.
Mogelijke complicaties
Nabloeding komt soms voor na een amandeloperatie. Krijgt uw kind een nabloeding? Dan moet het langer in het ziekenhuis blijven. Als hij al thuis is, wordt het weer opgenomen in het ziekenhuis.
Doen zich problemen voor bij uw kind neem dan contact op met de KNO-arts.
Ten slotte
Ten slotte:goed om te weten
- Tel. Polikliniek KNO: (0165) 58 85 74
- Tel. Spoedeisende Hulp: (0165) 58 88 89
- Tel. Kinderafdeling: (0165) 58 83 56
- Neem deel aan de voorlichtingsbijeenkomst.
- Vooraf: Neem contact op met de KNO-secretaresse als het kind koorts heeft, een ontsteking of recent in contact is geweest met een kinderziekte. Dan gaat de opname mogelijk niet door. Heeft u in uw familie personen die langer nabloeden na een operatie of een stollingsziekte hebben? Meld dit bij de KNO-arts en bij de anesthesioloog op het preoperatieve spreekuur.
Medicatie: moet zoals gebruikelijk worden ingenomen (bv. astmamedicatie!) tenzij uw arts anders bepaalt. - Nuchterbeleid voor de operatie: vanaf 03.00 uur 's nachts niets eten. Vanaf 06.00 uur 's ochtends niets meer drinken. Niet toegestaan zijn melkproducten en vruchtensappen!
- Doen er zich gedurende de eerste veertien dagen problemen voor, zoals een nabloeding? Neem dan tijdens kantooruren contact op met de KNO-arts, tel. (0165) 58 85 74. Buiten kantooruren belt u met de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis, tel. (0165) 58 88 89.
- Een verpleegkundige van de afdeling belt u de dag na de operatie, als u dat op prijs stelt. Zij bespreekt met u hoe de opname is geweest en de nacht is verlopen.
- Heeft u nog vragen? Stel ze gerust op de voorlichtingsbijeenkomst of aan uw KNO-arts.
Vandaag mag uw kind nog ___x 120 - 240 - 500 mg paracetamol.
Belt u met tel. (0165) 58 85 74 voor een controleafspraak over ___ weken bij
KNO-arts ____________________________.
Bronvermelding:Voorlichtingsmateriaal deels afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorziekten en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied.







