Intensive Care afdeling
Beademing op de Intensive Care

Bij patiënten op de Intensive Care kan het nodig zijn dat een beademingsmachine de ademhaling ondersteunt of overneemt. Voor de patiënt en zijn familie is dit vaak een ingrijpende gebeurtenis. Om de kunstmatige beademing niet bewust mee te hoeven maken, krijgt de patiënt medicijnen. De medicijnen brengen de patiënt in een sluimertoestand. De patiënt krijgt vaak pijnstillers en soms spierverslappende medicijnen. De patiënt kan zich dan niet bewegen. Communicatie met de patiënt is moeilijk en soms onmogelijk.
Beademingsmachine
De beademingsmachine regelt de in -en uitademing van de patiënt. De patiënt heeft een buis in de mond of de neus die tot in de luchtpijp doorloopt. Een slang verbindt deze buis (tube) met de beademingsmachine.
De beademingsmachine voorziet de patiënt van een mengsel van lucht en zuurstof.
Gevolgen kunstmatige beademing
· Zwelling van lichaamsdelen.
Door de kunstmatige beademing met extra zuurstof kunnen de handen, armen en benen of het gezicht
van de patiënt opzwellen.
· Kunstmatige voeding.
De patiënt kan niet zelf eten en drinken. De patiënt krijgt vloeibare voeding (sondevoeding) via een slang
door de neus naar de maag. Soms is sondevoeding niet mogelijk omdat de darmen nog geen voedsel kunnen
verdragen. De patiënt krijgt dan voedingsstoffen via een infuus toegediend.
· Overtollig slijm.
De longen maken slijm aan. De patiënt kan dit niet zelf ophoesten. Een verpleegkundige zorgt ervoor dat het
overtollige slijm regelmatig wordt weggezogen. Soms kan het alarm afgaan vanwege het overtollige slijm.
De verpleegkundige zal dan direct reageren en het slijm wegzuigen. Vindt u het onprettig om hier bij te zijn?
Dan kunt u even op de gang wachten tot de verpleegkundige klaar is.
Communicatie met patiënt
Is een patiënt niet meer aanspreekbaar door de toegediende medicijnen? Dan is het toch mogelijk dat de patiënt u nog wel kan horen en voelen. U kunt gewoon tegen uw naaste praten en hem of haar aanraken. De verpleegkundigen praten tijdens de verzorging ook gewoon tegen de patiënt. Is de patiënt wakker en weer aangesterkt? Dan kunt u gericht vragen stellen. De patiënt kan vanwege de buis in de luchtpijp echter niet praten. De patiënt kan wel reageren door te knikken of in uw hand te knijpen. Soms kan de patiënt met u communiceren door te schrijven. U kunt ook gebruik maken van een letterkaart. Het is voor de patiënt makkelijker om trefwoorden te gebruiken in plaats van hele zinnen. U kunt uw naaste wat afleiding bieden door gewoon te praten over de dagelijkse dingen. Muziek geeft patiënten ook een welkome afleiding.
Weer zelfstandig ademen
Als de toestand van de patiënt verbetert, zal de patiënt weer zelf moeten gaan ademen.
De kunstmatige beademing wordt geleidelijk afgebouwd. De ontwenningstijd is afhankelijk van het ziekteproces van de patiënt. Kan de patiënt weer zelfstandig ademen? Dan verwijdert de intensivist de tube uit de luchtpijp. De eerste tijd kan de patiënt nog wat hees zijn. De patiënt mag nog niet meteen drinken en eten. Eerst moet het gevoel in de keel terug zijn, zodat het slikken goed gaat.
Vragen over kunstmatige beademing
Heeft u nog vragen? Stel ze dan gerust aan de verpleegkundige of intensivist.







