Hygiene en infectiepreventie
MRSA bacterie

Inleiding
MRSA staat voor Meticilline-resistente Staphylococcus aureus. Een Staphylococcus aureus is een normale huid-slijmvliesbacterie die bij veel gezonde mensen voorkomt. Meticilline resistent betekent dat deze bacterie ongevoelig is voor de meest gangbare antibiotica. Deze ongevoeligheid is een probleem voor ziekenhuizen. Een infectie veroorzaakt door een MRSA-bacterie is namelijk moeilijk te behandelen. Bovendien verspreidt het ene type MRSA zich sneller dan de andere. Daardoor kan een moeilijk te controleren verspreiding in een ziekenhuis ontstaan.
MRSA beleid
In Nederland komt de MRSA-bacterie nauwelijks voor. In de meeste andere landen komt de MRSA-bacterie wel veel voor. Daarom hebben mensen die in een buitenlands ziekenhuis behandeld en verpleegd zijn een grote kans met de MRSA-bacterie besmet te zijn.
Verspreiding vindt in Nederland vooral plaats binnen de zorginstellingen.
Mestvarkens en vleeskalveren zijn vaak besmet met de MRSA-bacterie. Mensen die in verband met hun beroep in aanraking komen met mestvarkens en vleeskalveren of op zo'n veebedrijf wonen hebben een grote kans besmet te zijn. Buiten zorginstellingen en veehouderijen verspreidt dit type MRSA zich nauwelijks.
In Nederlandse ziekenhuizen worden alle patiënten die drager van een MRSA-bacterie zouden kunnen zijn onderzocht. Bent u besmet? Dan start zo snel mogelijk de behandeling. Elk ziekenhuis neemt maatregelen om verdere verspreiding te voorkomen.
Maatregelen
Bent u in het ziekenhuis opgenomen? Dan ligt u geïsoleerd op een aparte kamer.
Bezoekt u de polikliniek voor een onderzoek of behandeling? Dan neemt men zo nodig beschermende maatregelen. Verpleegkundigen en artsen die betrokken zijn bij uw onderzoek of behandeling dragen beschermende kleding, handschoenen en een mond-neusmasker.
Voor meer uitleg zie de folders:
· Verpleging in strikte isolatie in verband met MRSA.
· MRSA bij poliklinische bezoeken.
Bent u thuis? Dan zijn er geen beperkende maatregelen nodig.
Behandeling
Behandeling is niet altijd nodig of mogelijk. Afhankelijk van uw persoonlijke situatie beslist uw behandelend arts in overleg met de arts-microbioloog of u tegen de MRSA-besmetting moet worden behandeld.
Is besloten om u te behandelen? Dan schrijft uw behandelend arts of huisarts een behandeling voor met antibiotische neuszalf (3 x daags in beide neusgaten aanbrengen) en desinfecterende zeep (huid en haren dagelijks wassen). Deze behandeling duurt vijf dagen. De bacterie kan zich verspreiden via direct contact en via stof en huidschilfers.
Het is daarom belangrijk dat u extra aandacht besteedt aan de persoonlijke hygiëne:
· Verschoon dagelijks ondergoed, kleding, washandjes en handdoeken.
· Verschoon de eerste, tweede en vijfde dag het beddengoed en was dit direct op minimaal 50 ºC.
· Draag voor het naar bed gaan weer schoon ondergoed en/of een pyjama.
Blijkt deze behandeling niet te werken of heeft u huidafwijkingen, wonden of infecties, dan is er sprake van gecompliceerd dragerschap. Bij gecompliceerd dragerschap krijgt u naast de al genoemde behandeling en maatregelen een antibioticakuur van zeven dagen. Zijn uw gezinsleden ook besmet met de MRSA-bacterie?
Dan krijgen zij dezelfde behandeling en gelden dezelfde maatregelen.
Na de behandeling
Na de behandeling neemt een medewerker twee, vijf en acht dagen later een set controlekweken bij u af.
Een set controlekweken bestaan uit uitstrijken van de neus, keel, anus en eventuele wonden. Blijkt er in alle drie de sets geen MRSA meer aanwezig te zijn? Dan zijn er geen isolatiemaatregelen meer nodig. U blijft nog wel een jaar onder controle. Bij elke nieuwe opname/polikliniekbezoek in het ziekenhuis neemt een medewerker weer een set controlekweken af. Is er toch nog een MRSA in de kweek aangetroffen? Dan zal uw behandelaar een vervolgtraject met u afspreken.
Brononderzoek
Het kan belangrijk zijn om te weten waar de besmetting met de MRSA-bacterie vandaan komt.
Uw medewerking is dan nodig om de bron van de besmetting te achterhalen. Een adviseur infectiepreventie kan contact met u opnemen om enkele vragen te stellen.
Vragen
Heeft u nog vragen? Stel ze gerust aan uw behandelend arts of verpleegkundige.
Zij nemen zonodig voor nadere informatie contact op met een adviseur infectiepreventie.







