Diabetesverpleegkundigen, Route 75E
Insuline

Inleiding
Tijdens uw opname in het ziekenhuis bent u gestart met insuline in verband met diabetes. Hieronder leest u daarover meer.
Een bloedglucosedagcurve
Tijdens de opname wordt regelmatig een dagcurve geprikt om de bloedsuiker te controleren. De priktijden in het ziekenhuis wijken af van de priktijden die de diabetesverpleegkundige met u thuis afspreekt. In het ziekenhuis wordt bloed geprikt om 7.30 uur, 10.00 uur, 14.00 uur en als het nodig is ook om 21.00 uur. Heeft de internist een dagcurve afgesproken? Zorg er dan voor dat u een kwartier voor de priktijd op de kamer bent. Om de nuchtere bloedsuiker te kunnen prikken is het belangrijk dat u geen koolhydraten heeft gegeten of gedronken. U mag wel thee, koffie (zonder melk), water of light frisdrank drinken.
Tabletten of insuline
De internist bepaalt aan de hand van de geprikte bloedsuikers of u start met tabletten of insuline. Tijdens de opname kan de toe te dienen hoeveelheid insuline per dag verschillen. De verpleegkundige noteert de geprikte bloedsuikers op de diabeteslijst. De internist bekijkt de diabeteslijst iedere dag en bepaalt per dag hoeveel u moet spuiten. De diabeteslijst is meestal rond 17.00 uur ingevuld en op de afdeling. Insuline wordt, met uitzondering van Lantus en Levemir, op de afdeling, direct vóór de maaltijd gespoten!
Dextro- of druivensuikertabletten
Dextro tabletten neemt of krijgt u als de bloedsuiker onder de 3,5 - 4 mmol/l is. Dat is een te lage bloedsuiker. Dat heet een hypoglycemie, kortweg hypo. Het bloed neemt dextro zeer snel op waardoor de bloedsuiker weer snel stijgt. Zorg er altijd voor dat u drie tot vijf dextro tabletten bij zich heeft als u de afdeling verlaat. Mocht u klachten krijgen die op een hypo duiden neem dan de drie tot vijf dextro tabletten. Wacht tot de klachten weg zijn en ga terug naar de afdeling. Meld bij de verpleegkundige dat u een hypo heeft gehad en mogelijk nog iets moet eten. Als u een hypo krijgt op de afdeling waarschuwt u de verpleegkundige. Deze controleert dan eerst de bloedsuiker en geeft u zonodig dextro en eventueel iets te eten.
Zo actief zijn als thuis
Dat lukt in het ziekenhuis meestal niet zo goed. Toch is het belangrijk ook in het ziekenhuis te bewegen. Probeer zoveel mogelijk zelf te doen. Natuurlijk alleen als uw lichamelijke toestand dat toelaat. Als u beweegt wordt uw lichaam gevoeliger voor insuline. Daardoor daalt de bloedsuiker beter. Thuis bent u waarschijnlijk actiever dan in het ziekenhuis. Houd er rekening mee dat thuis de bloedsuikers waarschijnlijk lager zijn dan tijdens uw opname. Controleer thuis regelmatig de bloedsuiker door dagcurves te prikken.
Hulp en advies
Tijdens uw opname maakt u kennis met:
- De diëtiste. Zij geeft u adviezen over voeding die van belang is bij de behandeling van diabetes.
- De diabetesverpleegkundige. Zij geeft u advies en voorlichting. Over hoe u bij uzelf een bloedsuiker controleert. Over het belang van goede bloedsuikerwaardes. Over evaluatie van insuline injecteren. En hoe u diabetes in kunt passen in uw leven.
- De verpleegkundige op de afdeling. Zij geeft u informatie over:
· Wat diabetes is.
· Hoe u insuline injecteert.
· Hoe een insulinepen werkt.
· De behandeling van een hypoglycemie.
Vragen
Heeft u nog vragen? Stel ze gerust aan de verpleegkundige op de afdeling of de diabetesverpleegkundige.







