Chirurgie
Vacuüm - therapie

Inleiding
Uw behandelend arts heeft in overleg met u besloten om u te gaan behandelen met vacuümtherapie. Vacuümtherapie is een systeem waarbij gebruik wordt gemaakt van gecontroleerde onderdruk (= vacuüm) om de wondgenezing te bevorderen. Deze behandeling kan voor verschillende wonden worden gebruikt bijvoorbeeld aan buik, been, stuit, hand, arm. Vaak gaat het om grote of chronische wonden, zoals ulcus cruris (open been), grote open buikwond na een operatie, bij een huidtransplantatie, een decubituswond (doorligwond) of wonden ten gevolge van een trauma (ongeluk).
Hoe werkt de vacuümtherapie
Het systeem bestaat uit een pomp en verbandmateriaal en wordt door een computer bestuurd. De pomp werkt geruisloos. In de wond wordt een foamverband (schuimverband) aangebracht, waarmee de gehele wond wordt opgevuld. De foam wordt afgedekt met een doorzichtig folie waarin een gaatje wordt geknipt waarop de afzuigslang wordt geplaatst. Deze slang heeft een verbinding met een opvangbeker die op de pomp is bevestigd. Het overtollige wondvocht wordt hierdoor afgezogen. Door het continu afzuigen van het wondvocht verbetert de bloedvoorziening in de wond. Zodoende groeit er sneller nieuw weefsel, de wond sluit zich en geneest dus sneller.
De behandeling
Bij het begin van de behandeling kunt u een licht trekkend gevoel ervaren dat meestal na ongeveer 10 tot 15 minuten weer verdwijnt. Het is echter een feit dat de ene patiënt de behandeling anders ervaart dan de andere.
Soms wordt de wond gevoelig of ontstaat er jeuk tijdens het genezingsproces. Dit is gewoonlijk een goed teken. Als de jeuk of het ongemak aanwezig blijft, bespreek dit dan met de verpleegkundige, met de arts of met de wondconsulente. De wondconsulente brengt de eerste keer het verband aan samen met de afdelingsverpleegkundige, bezoekt u gedurende de gehele behandeling regelmatig en kan eventuele problemen oplossen.
U bent gedurende de hele behandeling 24 uur per dag gebonden aan de pomp. Zodoende werkt de therapie optimaal.
De duur van de behandeling hangt af van:
- Het type en de ernst van uw wond.
- Het genezingsvermogen van uw lichaam.
- Het gewenste resultaat .
- De oorzaak van de wond (ziekte of ongeval).
- Het gebruik van medicijnen.
- Het aanwezig zijn van eventuele andere ziekten.
Verschonen van het verband
De verpleegkundige verschoont, maximaal drie maal per week, het verband. Het is mogelijk dat de wondconsulente, als dat nodig is, hier andere afspraken over maakt. Dat is afhankelijk van het type, de grootte en de plaats van de wond. Minimaal een keer per week kijken arts en wondconsulente mee naar de wond. Eén van hen bepaalt in overleg met u het juiste schema voor de verbandwissels. Sommige patiënten ervaren ongemak tijdens de verbandwissel. De arts , verpleegkundige of wondconsulente kunnen u advies geven over pijnbestrijding. Soms is het nodig om vóór de verbandwissel alvast pijnbestrijding te geven.
Belangrijk
Of u kunt rondlopen tijdens de behandeling is afhankelijk van de plaats van de wond en de behandeling die uw arts heeft voorgeschreven, maar meestal mag u gewoon mobiliseren. Informeer bij de verpleegkundige of de arts voor uw situatie.
De doorzichtige folie is waterdicht. U kunt zich wassen of douchen met het verband op de wond en de slang dicht geklemd. Zorg ervoor dat het verband er niet afweekt. De verpleegkundige kan u hierover adviseren.
Wordt de folie vuil? Dan kunt u het voorzichtig afwassen met water en zeep. Zonodig helpt de verpleegkundige u daarbij.
Het is belangrijk de verpleegkundige te waarschuwen als:
- U meer pijn krijgt.
- Het verband gaat lekken.
- De pomp alarm slaat.
- U merkt dat de wond roder wordt of gaat ruiken.
- Er meer bloed onder de folie of in de slang zit.
Soms is het nodig de behandeling thuis voort te zetten. In dat geval wordt de thuiszorg ingeschakeld voor de verzorging van de wond. Ook kunt u bij de wondconsulente op de poli terugkomen voor de wondverzorging. De wondconsulente spreekt met u af hoe vaak de wondverzorging plaats vindt.
Vragen
Heeft u tijdens de opname vragen dan kunt u deze aan de verpleegkundige, de wondconsulente of de arts stellen.
Bij problemen of vragen thuis kunt u contact opnemen met de wondconsulente:
tel. (0165) 58 88 30
e-mail: cperdaems@fzr.nl







