Chirurgie, Dagverpleging
Liesbreuk operatie

Inleiding
Hieronder leest u over een liesbreuk en de gebruikelijke behandelmogelijkheden. Bedenk dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn.
Een liesbreuk
Een breuk is een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek of opening in de buikwand. De breuk is te herkennen als een zwelling op die plek. De opening of verzwakking in de buikwand kan aangeboren zijn of is ontstaan doordat de buikwand is uitgerekt. De buikwand kan uitrekken door bijvoorbeeld gewichtstoename, persen, veel hoesten of vaak zwaar tillen. In de uitstulping van het buikvlies, de breukzak genoemd, kan een gedeelte van de buikinhoud zitten. Er kan meer buikinhoud in de breukzak komen als de druk in de buik verhoogt bij staan, persen of hoesten. De breuk wordt dan groter. Bij een liesbreuk zit de uitstulping in de liesstreek. Een liesbreuk verdwijnt nooit vanzelf en kan groter worden. Dat kan dan meer klachten gaan geven. Een enkele keer raakt een breuk bekneld. Dan zit de breukinhoud vastgeklemd in de breukpoort. Dat geeft veel pijn. Een spoedoperatie is dan nodig.
Diagnose
De chirurg kan, terwijl u staat, de breuk meestal gemakkelijk vaststellen. De chirurg bespreekt met u hoe hij de breuk kan behandelen. In het algemeen zal hij u een operatie adviseren.
De operatie
De operatie kan plaats vinden in dagbehandeling of tijdens een kortdurende opname in het ziekenhuis. De anesthesioloog bespreekt met u of de operatie onder verdoving met behulp van een prik in de rug of onder algehele anesthesie (narcose) kan plaatsvinden. Meer informatie over de verdoving vindt u in de folder over anesthesiologie. De chirurg maakt een snee in de buik in de buurt van de zwelling en heft de uitstulping op. Zo nodig herstelt hij de buikwand. Hierbij wordt de buikwand verstevigd door een stukje kunststof in te hechten. Dit kunststof materiaal is veilig en het lichaam accepteert het doorgaans goed. Een liesbreukoperatie duurt een half uur tot drie kwartier.
De chirurg kan deze ingreep ook uitvoeren tijdens een kijkoperatie (laparoscopie).
Aan het einde van de operatie wordt de wond ingespoten met een verdovingsvloeistof. Dit stilt de pijn meestal goed de eerste uren na de operatie. Soms kan deze verdovingsvloeistof ook een verdoofd gevoel in uw been geven tot zelfs de dag na de operatie. Dit verdwijnt vanzelf weer. U hoeft zich hier geen zorgen over te maken.
Na de operatie
Na de operatie is het operatiegebied pijnlijk. Wij adviseren u de volgende pijnstillers te gebruiken gedurende de eerste twee dagen na de operatie.
- Paracetamol: vier keer per dag 1000 milligram (mg). Dat zijn vier keer per dag twee tabletten à 500 mg.
- Diclofenac: drie keer per dag 50 mg. Diclofenac veroorzaakt bij sommige patiënten maagklachten. Daarvoor kunt u een maagbeschermer (Omeprazol) nemen. Een keer per dag 40 mg.
- Oxynorm: als Paracetamol en Diclofenac de pijn onvoldoende stillen zonodig drie keer per dag 10 mg innemen. Oxynorm is een morfine-achtige stof, een sterke pijnstiller. U mag in ieder geval geen auto rijden als u oxynorm gebruikt. Lees hierover de bijsluiter.
De anesthesioloog geeft u een recept mee voor Diclofenac (eventueel met Omeprazol) en Oxynorm. Paracetamol moet u zelf kopen bij apotheker of drogist.
Als u geen recepten heeft meegekregen, neem dan voor uw operatie contact op met de polikliniek van het Pre Operatief Spreekuur (POS), tel. (0165) 58 81 16.
Adviezen
- Ondersteun kort na de operatie de wond met uw hand bij hoesten, niezen, lachen of persen.
- U heeft na ontslag nog enige tijd last van het operatiegebied. Hoe lang hangt af van de operatiemethode, de grootte van de operatie en individuele factoren.
- Over het algemeen kunt u na ongeveer twee weken weer werken en sporten.
De wond verzorgen
De wond heeft bij normale genezing geen speciale verzorging nodig. De pleisters kunt u drie dagen laten zitten. Als de wond eerder doorgebloed heeft, moet u de pleister eerder verschonen. Na drie dagen mag u de pleister verwijderen en weer douchen. Was de wond niet met zeep en dep hem droog. Na een week mag u ook weer in bad.
Het ontslag
Vier tot vijf uur na de operatie mag u weer naar huis. Zorg ervoor dat u de eerste avond en nacht niet alleen bent. U wordt een nacht opgenomen als u wel alleen bent. U krijgt geen afspraak mee voor controle. De hechtingen lossen vanzelf op. Wilt u uw chirurg toch nog spreken of heeft u klachten? Dan kunt u alsnog een afspraak maken op de polikliniek chirurgie, tel. (0165) 58 85 62.
Complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico. Bij deze operatie bestaat de kans dat de wond nabloedt of ontstoken raakt. Een geringe uiting van een bloeding ziet u na enkele dagen aan een blauwe verkleuring in de buurt van de wond. De verkleuring kan uitzakken naar de basis van de penis en de balzak bij de man. Bij de vrouw naar de grote schaamlip. Dat is niet erg.
- In het operatiegebied lopen enkele zenuwen. Bij de man ook de zaadstreng. Deze kunnen beschadigd raken. Dat gebeurt niet vaak. Schade aan een zenuw kan gevoelloosheid of soms juist blijvende pijn rond het operatiegebied tot gevolg hebben.
- Het resultaat van de operatie kan goed lijken. Soms ontstaat na verloop van tijd op dezelfde plaats opnieuw een breuk. Meestal is dan weer een operatie nodig.
Wat te doen bij complicaties
Neem de eerste dertig dagen na de operatie contact op met het ziekenhuis als:
- De wond gaat bloeden.
- De wond gaat ontsteken (roodheid van de wond en eventueel pijn en koorts).
- U ondraaglijke pijn heeft, ondanks dat u pijnstilling gebruikt.
- U last krijgt van kortademigheid of pijn op de borst.
- U andere problemen krijgt die het gevolg zijn van de operatie.
Belangrijke telefoonnummers
- Op maandag tot en met vrijdag belt u tussen 08.00 en 17.00 uur met de Polikliniek Chirurgie,
tel. (0165) 58 85 62. - Buiten deze tijden belt u met de afdeling Spoedeisende Hulp, tel. (0165) 58 88 89.
Vragen
Heeft u nog vragen? Stel ze gerust aan uw chirurg.







