Cardiologie, verpleegafdeling
Pacemaker, adviezen

Inleiding
U hebt een pacemaker gekregen. Uitgebreide informatie vindt u in het boekje van de Nederlandse Hartstichting over de pacemaker. U kunt dit boekje bij de verpleging opvragen.
Adviezen
Hieronder staan in het kort de belangrijkste adviezen.
De eerste twee weken
· U mag geen auto rijden en niet fietsen.
· Vermijd plotselinge bewegingen en rek- of strekoefeningen met arm of schouder.
· Neem contact op met uw cardioloog als er een bobbel of een wond(je) ontstaat aan de buitenkant van de
pacemakerwond.
· Laat uw huisarts na tien dagen de hechtingen verwijderen als de pacemaker is geplaatst door dokter Bos. Als de
pacemaker is geplaatst door een andere cardioloog hoeft dit niet. Deze gebruikt hechtingen die oplossen.
De eerste zes weken
· Strek de arm niet boven het hoofd en zwem niet. De elektroden moeten de tijd krijgen vast te groeien in de
hartwand.
Blijvend
· Wees voorzichtig met contactsporten, zoals vechtsporten en balsporten.
· Draag uw mobiele telefoon NIET de kant van de pacemaker en houd het toestel bij een gesprek aan het andere oor.
· Loop snel door detectiepoortjes, blijf er niet bij staan.
· Meld bij onderzoek in het ziekenhuis dat u een pacemaker draagt. Zeer sterke elektrische apparaten zoals een
MRI-scan of Ultra-Korte Golf-apparatuur kunnen problemen veroorzaken.
· Dit geldt ook voor zware transformatoren zoals in lasapparatuur. Gewone huishoudelijke apparaten, zoals een
magnetron, leveren geen problemen op. Een uitzondering hierop is de inductiekookplaat.
· Draag in het buitenland in meerdere talen een verklaring waarin staat dat u een pacemaker heeft.
Vragen
Vragen kunt u stellen aan de medisch elektronicus, Stefan van Gool, tel. (0165) 58 84 85.







