Anesthesiologie en pijnbehandeling, Route 77
Pijnbestrijding bij een hernia (nucleoplasty)

Inleiding
U heeft last van een hernia. Dit is een uitpuilende kern van een tussenwervelschijf die tegen een zenuw aan drukt. Hierdoor kan pijn ontstaan in de onderrug en het been. Er is met u een nucleoplasty afgesproken om de pijn in het been te verminderen. Over de behandeling, mogelijke complicaties en het resultaat leest u hieronder meer.
Voorbereiding
U wordt één nacht opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van de behandeling moet u nuchter blijven tot na de behandeling. Dit wil zeggen dat wanneer u 's ochtends wordt geholpen vanaf 24.00 uur niets meer mag eten. Wordt u na 13.00 uur geholpen dan mag u voor 8.00 uur nog normaal ontbijten. Het beste is om twee uur voordat u wordt opgenomen nog te drinken. U mag alles drinken behalve melkproducten en vruchtensappen. Deze blijven langer in de maag aanwezig. Het beste is iets te drinken waar veel suikers inzitten, bijvoorbeeld sportdrankjes. Voorgeschreven medicijnen mag u innemen met een slokje water.
Let op!
- Bent u zwanger? Vertel dat de anesthesioloog voor de behandeling. Ook als u het nog niet zeker weet.
- Vertel de anesthesioloog welke medicijnen u gebruikt.
- Bent u allergisch voor medicijnen als jodium, contrastmiddel, pijnstillers en/of antibiotica? Vertel het de anesthesioloog voor de behandeling.
- Bloedverdunners zoals Sintrom, Acenocoumarol, Marcoumar of Fenprocoumon waarvoor controle bij de trombosedienst nodig is, mag u tijdelijk niet gebruiken. De anesthesioloog beslist wanneer u met de bloedverdunners moet stoppen.
- Slikt u bloedverdunners zoals Ascal, Acetylsalicylzuur of Plavix? Dan moet u hiermee één week voor de behandeling stoppen. Na de behandeling kunt u de bloedverdunners weer innemen.
- Door de behandeling en de verdoving reageert u minder snel. Daarom mag u tot en met de volgende dag niet zelf autorijden of fietsen. Zorg ervoor dat iemand anders u naar huis brengt.
Behandeling
U meldt zich op de afgesproken tijd op de afdeling. U krijgt via een infuus antibiotica om ontstekingen te voorkomen. Een verpleegkundige brengt u naar de operatieafdeling en haalt u na de behandeling weer op. Tijdens de behandeling ligt u op uw buik. De anesthesioloog brengt onder plaatselijke verdoving een naald in de kern van de tussenwervelschijf. Daarna brengt de anesthesioloog een elektrode door de naald in de tussenwervelschijf. Met behulp van radiogolven verwijdert de anesthesioloog weefsel uit de uitpuilende kern. Dit verlaagt de druk in de kern van de tussenwervelschijf. Daardoor vermindert de uitpuiling en de druk op de zenuw neemt af. Hierdoor heeft u minder pijn.
Complicaties
De anesthesioloog behandelt u zorgvuldig. Tijdens en na de behandeling wordt u goed in de gaten gehouden. Toch is er een kleine kans op complicaties:
- Er kan een ontsteking van de tussenwervelschijf ontstaan. Waarschuw de anesthesioloog als u na de behandeling koorts krijgt.
- Bent u allergisch voor contrastvloeistof? Dan kunt u last krijgen van jeuk, huiduitslag en kortademigheid.
- Heel soms daalt de bloeddruk.
Wat te doen bij complicaties
Krijgt u de eerste veertien dagen na de behandeling problemen die te maken hebben met de behandeling? Neem dan contact op met het ziekenhuis:
- Op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur belt u met de anesthesioloog, tel. (0165) 58 85 94.
- Buiten deze tijden belt u met de afdeling Spoedeisende Hulp: (0165) 58 88 89.
Bijwerkingen
De meeste patiënten hebben kort na de behandeling wat napijn. U kunt hiervoor een pijnstiller innemen. Bijvoorbeeld Paracetamol volgens de aanwijzingen op de bijsluiter. De napijn kan enkele weken duren en is vrijwel altijd tijdelijk.
Resultaat
Het resultaat van de behandeling is meestal pas na weken tot maanden goed te beoordelen. U kunt al eerder resultaat voelen, vooral als u nog niet zo lang pijn hebt.
Leefregels na de behandeling
Het is belangrijk dat u zich aan de volgende leefregels houdt. Dat helpt om een zo goed mogelijk resultaat van de behandeling te krijgen.
De eerste twee dagen:
Til niet zwaar.
Til niet draaiend.
Buig niet voorover.
Rijd niet zelf auto.
Neem voldoende rust.
Zit niet langer dan tien tot twintig minuten aaneengesloten.
Loop niet langer dan twintig minuten aaneengesloten.
Tussen twee dagen en twee weken:
Doe weer lichte werkzaamheden.
Til niet meer dan vijf kilo.
Ga langzaam meer lopen tot twee keer per dag een half uur. Krijgt u meer pijn? Dan heeft u te veel gelopen. Breid looptijd en afstand iets langzamer uit.
Onderga geen manuele behandeling of chiropractie.
Zwem niet.
Na twee weken:
Ga weer zoveel mogelijk aan het werk. Breid bij zwaar lichamelijk werk de werkzaamheden heel geleidelijk uit.
Til de eerste zes weken niet meer dan vijftien kilo.
Doe voorzichtig buig- en strekoefeningen.
Begin voorzichtig met zwemmen.
Breid het lopen uit naar zo mogelijk een uur per dag aaneengesloten.
Na twee tot vier weken:
Start onder leiding van een fysiotherapeut met oefeningen van de lage rug.
Vragen
Heeft u nog vragen? Stel ze dan vóór de behandeling aan de anesthesioloog of bel de pijnconsulente. De pijnconsulente heeft telefonisch spreekuur op maandag tot en met donderdag van 9.00 tot 10.00 uur en op vrijdag van 09.00 - 10.00 uur. Zij is te bereiken via tel. (0165) 58 85 51.







